Afvalstoffenwetvergunning
__________________________________________________________________________
Bekendmaking                                                                                 provincie      
                                                                                                      GELDERLAND



Afvalstoffenwet


Ontwerp-beschikking op de vergunningaanvraag van de heer H.J. Story voor een autowrakkeninrichting annex
autohandel aan de Dorpsstraat 10 en 2 te Rhenoy, geregistreerd onder nummer MW91.6465.

Bezwaar maken is mogelijk tot en met 23 december 1991.

Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben de ontwerp-beschikking (het voorgenomen besluit)
op grond van de Afvalstoffenwet vastgesteld voor het verlenen van een vergunning aan
de heer H.J. Story in Rhenoy.

Het gaat hier om een vergunning voor het oprichten of in werking hebben van een autowrakkeninrichting annex
autohandel aan de Dorpsstraat 10 en 2 in Rhenoy.
De vergunning zal worden verleend met een aantal beperkingen en/of voorschriften om het
milieu te beschermen.

U kunt de ontwerp-beschikking, de vergunningaanvraag en de stukken die erbij horen inzien
van 10 december 1991 tot en met 23 december1991:
-   in het gemeentehuis van Geldermalsen, bij sector RO van de gemeentesecretarie op
    werkdagen van 8.30 uur tot 17.00 uur en buiten de normale werktijden in op de dinsdagavond,
    na telefonische afspraak, van 17.00 uur tot 20.00 uur;
-   bij de provinciale dienst Milieu en Water, Markt 9 in Arnhem, op werkdagen van
    9.00 uur tot 12.00 uur en van 14.00 uur tot 16.00 uur.
    De heer B.A.M. Kolle kan de stukken toelichten.  U kunt hiervoor een afspraak met hem
    maken, telefoon 085-598747.

Degene die al eerder bezwaar heeft ingediend tegen de vergunningaanvraag kan dat nu
tegen de ontwerp-beschikking doen. Degene die aan kan tonen niet eerder in staat te zijn
geweest bezwaar te maken, kan nu ook gebruik maken van de bezwaarmogelijkheid,
evenals de aanvrager. U kunt daarbij vragen uw persoonlijke gegevens niet bekend te maken.

Tot en met 23 december 1991 kunt u bij Gedeputeerde Staten van Gelderland, Postbus
9090, 6800 GX Arnhem schriftelijk uw gemotiveerde bezwaar indienen tegen deze ontwerp-beschikking.

De wettelijke termijn van zeven maanden waarin beslist moest worden, is overschreden.

Arnhem, 5 november 1991 - nr. MW91.6465-MW2110
Gedeputeerde Staten van Gelderland
dr. J.C. Terlouw              - voorzitter
drs. C.P.A.C. Crasborn - griffier

coll.   t
code: rf / 3221B / 1
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

____________________________________________________________________________

ONTWERP-BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND
____________________________________________________________________________

Afvalstoffenwet

Beschikking op de aanvraag van de heer H.J. Story, Dorpsstraat 9 te Rhenoy om een Afvalstoffenwetvergunning, voor het oprichten of in werking hebben van een inrichting bestemd tot het bewaren en bewerken van autowrakken annex autohandel op de percelen, kadastraal bekend gemeente Beesd, sectie L 6, nrs. 694, 696 en 697, gelegen aan de Dorpsstraat 2 en 10 te Rhenoy (gemeente Geldermalsen).

De inrichting waarvoor de vergunning wordt gevraagd, is een inrichting als bedoeld in artikel 31,
lid 2, van de Afvalstoffenwet.

1               De aanvraag is ontvangen op 7 januari 1991.

2               De vergunning is aangevraagd ter vervanging van de bij besluit van 8 februari 1983, nummer 137 door
                 Burgemeester en Wethouders van Geldermalsen verleende en bij Koninklijk besluit d.d 29 april 1985, no 65   
                 gewijzigde Hinderwetvergunning.

3               Wij hebben vervolgens de aanvraag behandeld overeenkomstig de in hoofdstuk 3 van de Wet algemene
                 bepalingen milieuhygiëne voorgeschreven procedure.

4               Tijdens de op 28 maart 1991 in het gemeentehuis van Geldermalsen gehouden
                 openbare zitting is tegen de aanvraag mondeling bezwaar ingediend door de
                 Werkgroep Milieu Geldermalsen e.o.

5               De onder punt 4 genoemde werkgroep maakt bezwaar uit vrees dat de inrichting
                 meer lawaai gaat veroorzaken dan ingevolge de vigerende Hinderwetvergunning
                 is toegestaan.

6              Tegen de aanvraag is schriftelijk bezwaar gemaakt door:
                 a      twee personen die op grond van artikel 20, lid 4, van de Wet
                         algemene bepalingen milieuhygiëne hebben verzocht hun
                         persoonlijke gegevens niet bekend te maken, bij brieven van respectievelijk
                         4 en 8 april 1991;
                 b      L. Venema-Breugem, Breezij 8, 4152 GB Rhenoy,
                         bij brief van 6 april 1991;
                 c      P. de Wit en H. Wognum, Dorpsstraat 2b, 4152 EP Rhenoy bij brief van
                         6 april 1991;
                 d      R.H. de Zeeuw, Lingedijk 26, 4152 EB Rhenoy, bij brief van
                         6 april 1991;
                 e      Advocatenkantoor Hummels, Van der Brug, De Jong, Postbus 85050, 3508
                         AB Utrecht, namens mevrouw P. van Steyn-van Iperen, Dorpsstraat 8,
                         4152 EP te Rhenoy, bij brief van 8 april 1991.


7      De onder 6, sub a, genoemde personen maken bezwaar, omdat:
           a  het bedrijf in een woonkern ligt en de rust, orde en
               regelmaat dusdanig worden verstoord als gevolg van ge-
               luidhinder en andere effecten op het milieu door het
               slopen en verwerken van autowrakken dat leefklimaat en
               woongenot niet meer aanwezig zijn;
           b  een autowrakkeninrichting, gezien alle consequenties,
               thuishoort in een industriegebied en niet in de dorps-
               kern van Rhenoy, dat bovendien in een natuurschoonge-
               bied als de Lingestreek ligt;
          c   de huidige situatie van aanvoer, opslag en het trans-
               port naar afnemers met zware bedrijfswagens geluid-,
               verkeers- en trillingoverlast met zich meebrengt. Dit
               levert o.a. schade op aan huis door scheurvorming;
          d   indien de activiteiten met autowrakken/afvalprodukten
               ook bij Dorpsstraat 2 plaatsvinden, de hinder gigan-
               tisch zal toenemen;
          e   bij een toename van activiteiten op de Dorpsstraat 2
               de verkeersdrukte zal toenemen en levensgevaarlijke
               situaties zullen ontstaan. De verkeersveiligheid ter
               plaatse is nu reeds problematisch in verband met te
               hard rijden.

8     De onder 6, sub b, genoemde reclamant maakt bezwaar omdat:
          a   overlast wordt ondervonden door stank en lawaai als
               gevolg van het bewerken van autowrakken met snijbran-
               ders;
          b   stankoverlast wordt ondervonden door uitlaatgassen van
               verschillende op diesel rijdende terreinwagens en ge-
               luidoverlast door het vervoeren van autowrakken en
               containers met heftrucks;
          c   geluidoverlast wordt ondervonden door hameren, hakken,
               zagen en andere werkzaamheden;
          d   de in de inrichting aanwezige autowrakken visuele hin-
               der veroorzaken door het ontbreken van een deugdelijke
               afscherming (bomen/struiken of hekwerk);
          e   er overlast is door vervuiling van de sloot langs
               diens huis en de inrichting door olieresten;
          f    door een niet-aanwezige afscherming van de inrichting
               er in de tuin en de woning gebrek is aan privacy;
          g   twijfel bestaat over de naleving van de destijds verleende
               (Hinderwet)vergunning.

9     De onder 6, sub c, genoemde reclamanten maken bezwaar, omdat er sprake is van een uitbreiding van de inrichting.  
       De autosloperij aan de Dorpsstraat 10, kan vergunning krijgen.
Dus voor de bestaande situatie.  Daarbij dient de opslag van wrakken maximaal 2 hoog te zijn en dient afvoer van gehele wrakken te geschieden.  Derhalve geen shredderinstallatie etc.
De opslag in loods en distributiefuncties van niet-autowrakken dient op Dorpsstraat 2 te geschieden.

10     De onder 6, sub d, genoemde reclamant maakt bezwaar, omdat:
          a   meer mogelijkheden via de vergunningverlening open ko-
               men te staan voor aanvrager;
          b   een wrakkenverwerking c.q. sloperij op een industrie-
               terrein behoort;
          c   diens rust en woongenot, die nu al verstoord worden
               door het kapotrijden van tuin en oprit, door grote
               vrachtwagens nog meer verstoord zullen worden.

11     De onder 6, sub e, genoemde reclamant maakt bezwaar, omdat:
          a   gebleken is dat Story B.V. zich regelmatig niet houdt
               aan de Hinderwetvergunningvoorschriften, waardoor zij
               veel hinder en overlast.(lawaai en stank) heeft onder-
               vonden;
          b   in de aanvraag ten onrechte melding wordt gemaakt van
               een geluidonderzoek en betrokkenheid van reclamante
               daarbij. Zij is evenwel in het geheel niet betrokken
               geweest bij het uitvoeren van dit onderzoek. Zij is
               daarvan niet op de hoogte gesteld en heeft dan ook
               geen toestemming geweigerd, omdat haar niets is ge-
               vraagd. Overigens heeft het rapport betrekking op ge-
               luidemissie, die al in de geldende Hinderwetvergun-
               ningvoorschriften is geregeld.
          c   als bron van luchtverontreiniging alleen een garage-
               kachel staat vermeld, terwijl andere milieuverontrei-
               nigende bronnen, zoals branden en dieselmotoren niet
               genoemd staan;
          d   de hinder, overlast en gevaarzetting in de dorpskom
               van Rhenoy en voor de naast gelegen woning van recla-
               mante van dien aard zijn dat deze verplaatsing van het
               bedrijf rechtvaardigen. De vergunning zou derhalve ge-
               weigerd moeten worden.

12          Ten aanzien van de hiervoor weergegeven bezwaren merken wij het volgende op.

13          Ad 5
                           De voorschriften 3.19, 3.20 en 3.21 komen tegemoet aan de bezwaren met betrekking tot
                           geluidhinder.  Indien de inrichting overeenkomstig de bij de vergunning behorende voor
                           schriften en beperkingen in werking is, zal de overlast tot een aanvaardbaar niveau beperkt zijn.
                           De voorschriften die ter voorkoming van geluidoverlast aan deze vergunning worden
                           verbonden zijn even stringent als de dienaangaande aan de Hinderwetvergunning verbonden
                           voorschriften.

14            Ad 7
                          Sub a
                          Voor wat betreft de geluidoverlast zie onder 13.  Het bewaren en bewerken van autowrakken zal
                          overeenkomstig de aan de vergunning verbonden voorschriften dienen te geschieden.  Overlast
                          zal dan tot een aanvaardbaar niveau beperkt zijn.

                          Sub b

                          De locatie van de inrichting in Rhenoy is in het kader van deze (milieu)vergunning in  
                          planologisch opzicht niet aan de orde.  De Afvalstoffenwet beoogt planologische belangen in
                          het algemeen niet te beschermen.  Het vaststellen of wijzigen van bestemmingsplannen is primair
                          een bevoegdheid van het betrokken gemeentebestuur.  Uiteraard speelt de situering van de
                          inrichting ten opzichte van haar omgeving in dit kader wel een rol.  Er wordt met die situering
                          rekening gehouden met het toetsen van de aanvraag aan het belang van de bescherming van
                          het milieu. Overigens is de autowrakkeninrichting van Rhenoy B.V. in overeenstemming met het
                          ter plaatse geldende door de gemeenteraad van Geldermalsen bij besluit van 19 augustus 1980
                          vastgestelde bestemmingsplan.  Volgens dit bestemmingsplan heeft het terrein van de inrichting
                          de bestemming "bedrijfsterrein".

                          Sub c

                          In het kader van deze vergunning kunnen geen voorschriften worden gesteld ter bescherming
                          van wegen buiten de inrichting.  Ter zake zal de wegbeheerder kunnen optreden.  In geval van
                          schade aan onroerend goed zal een civiele procedure kunnen worden gestart.
                          De frequentie van aan- en afvoer met vrachtauto's is op jaarbasis van dien aard dat hinder   
                          hiervan - in verhouding niet als onaanvaardbaar kan worden beschouwd.  Wij gaan er daarbij
                          overigens van uit dat het van de inrichting afkomstige vrachtverkeer op de Dorpsstraat ter
                          hoogte van het woonhuis van reclamante deel uitmaakt van het overige (openbare) verkeer en
                          dus de hinder daarvan niet meer als hinder afkomstig van de inrichting gerekend kan worden.

                          Sub d

                          Een uitbreiding van de inrichting is in de aanvraag niet aan de orde.  De loods die is gesitueerd
                          aan de Dorpsstraat 2 mag gebruikt worden overeenkomstig de bestemming, zoals die op de bij
                          de aanvraag om vergunning behorende tekening is aangegeven.  Deze loods zal gedeeltelijk
                          worden gebruikt voor opslagdoeleinden; het voorste gedeelte als demontageruimte.  De aan de
                          vergunning verbonden voorwaarden gelden voor het gehele terrein en de daarop aanwezige op
                          stallen.


Sub e

Zie onder 14, ad 7, sub a.
De Afvalstoffenwet beoogt overigens geen verkeersbelangen te beschermen.  Voor zover ter plaatse buiten de inrichting onveilige verkeerssituaties (bijv. als gevolg van te hoge snelheden) ontstaan, dienen deze door de wegbeheerder te worden opgelost, mogelijk door toepassing van de Wegenverkeerswet en de op grond daarvan uitgevaardigde regelgeving.

15     Ad 8, sub a, b en c
                      Voor wat betreft lawaaioverlast etc. wordt verwezen naar 13, ad 5. Voorschrift 2.19 komt tegemoet  
                      aan de bezwaren met betrekking tot eventuele overlast van de in de inrichting aanwezige werk- en
                      voertuigen.  Het snijbranden geschiedt slechts 3 a 4 keer per week gedurende 15 a 30 minuten.  De
                      eventueel daarbij vrijkomende “snijrook” verspreidt zich vrijwel direct in de buitenlucht, zodat de
                      concentratie van die "rook" van dien aard wordt dat overlast daarvan minimaal wordt geacht.  Zie
                      eveneens voorschrift 3.6.

                      Sub d

                      Om visuele hinder vanaf omliggende terreinen en voor publiek toegankelijke plaatsen te beperken
                      worden de voorschriften 8.1 tot en met 8.5 aan de vergunning verbonden.

                      Sub e

                      Het Zuiveringsschap Rivierenland is het bevoegde gezag voor wat betreft de kwaliteitscontrole
                      van het oppervlaktewater.  Wanneer overeenkomstig de vergunningvoorschriften wordt gewerkt
                      zal vervuiling van het oppervlaktewater tot een minimum beperkt zijn.  Zie voorschrift 3.7.

                      Sub f

                      Zie onder 15, ad 8 sub d.

                      Sub g

                      Dit bezwaar is niet tegen de aanvraag gericht.  Als de voorschriften niet worden nageleefd is er
                      sprake van overtreding van het verbod in artikel 81, onder b van de Afvalstoffenwet.  Wij kunnen
                      dan bestuursrechtelijke maatregelen nemen, zoals bestuursdwang of opleggen van een dwangsom
                      om die overtreding ongedaan te maken.  Ook kunnen wij overwegen de verleende vergunning in te
                      trekken.
16     Ad 9
                      Zie onder 14, ad 7, sub d.
                      De stapelhoogte van bewerkte autowrakken mag ingevolge voorschrift 3.14 niet meer dan 2.50 m
                      bedragen.  In de praktijk komt dat neer op de opslag van maximaal twee wrakken op elkaar.
                      Het shredderen van autowrakken e.d. wordt niet in de vergunningaanvraag vermeld en is
                      derhalve niet aan de orde.  Ook zal - in tegenstelling tot hetgeen op de tekening nr.  D 0485-12-
                      001-36 is aangegeven - niet binnen de inrichting geknipt (mogen) worden.  Aanvrager heeft ons
                      namelijk meegedeeld dat deze in de aanvraag genoemde activiteit niet zal worden verricht.

17     Ad 10, sub a
                      De vergunning wordt onder voorschriften en beperkingen verleend op basis van de in de
                      aanvraag vermelde gegevens en zoals op de daarbij behorende tekening is aangegeven, met
                      uitzondering van het knippen.  Mocht na vergunningverlening sprake zijn van een uitbreiding
                      van de inrichting, dan zal daartegen (kunnen) worden opgetreden.  Via het verlenen van deze
                      vergunning krijgt aanvrager niet meer mogelijkheden dan hij voordien reeds had ingevolge de
                      voor de inrichting afgegeven Hinderwetvergunning.

                      Sub b

                      Zie onder 14, ad 7, sub b.

                      Sub c

                      Zie onder 14, ad 7, sub c en voor wat betreft de zinsnede "nog meer" onder 17, ad 10 sub a
                      laatste zin.  Overigens is tijdens een visuele inspectie medio augustus 1991 geconstateerd dat de
                      tuin van reclamant van een laag hekwerk is voorzien, dat - op dat moment - onbeschadigd was.
                      Eveneens bleek dat ter plaatse voldoende ruimte aanwezig is om met een vrachtauto de
                      inrichting Dorpsstraat 2 te bereiken en te verlaten zonder daarbij schade aan eigendommen van
                      derden te veroorzaken.

18     Ad 11, sub a
                      Vrees voor overtreding van de voorschriften is geen reden de gevraagde vergunning te
                      weigeren.  Evenals alle andere autowrakkeninrichtingen in de provincie Gelderland, zal de
                      inrichting van aanvrager periodiek worden gecontroleerd op een juiste naleving van de aan de
                      vergunning verbonden voorschriften.  Overigens is een dergelijk bezwaar niet tegen de aanvraag
                      gericht.  Opgemerkt wordt dat in het bezwaarschrift als naam van het bedrijf "Story B.V." wordt
                      vermeld.  Dit is echter een ander bedrijf dan in de aanvraag wordt aangegeven.  Wij gaan er
                      overigens vanuit dat bedoeld zal zijn “Rhenoy B.V.”, overeenkomstig de gegevens in de
                      aanvraag.

                       Sub b

                       Op 3 maart 1989 hebben wij een akoestisch onderzoek laten uitvoeren bij Rhenoy B.V. aan de
                       Dorpsstraat 10 te Rhenoy, gemeente Geldermalsen.
                       Doel van dit onderzoek was na te gaan of de geluidvoorschriften die aan de voor de inrichting
                       afgegeven Hinderwetvergunning zijn verbonden, werden nageleefd.
                       De woning van reclamante aan de Dorpsstraat 8 te Rhenoy is de dichtstbij de inrichting gelegen
                       woning.  Aan reclamante is toestemming gevraagd om (ook) bij haar woning te meten.  Dit
                       mondeling verzoek is niet ingewilligd, waardoor het noodzakelijk was om de in de inrichting
                       aanwezige geluidbronnen afzonderlijk te meten en vervolgens door middel van berekeningen na
                       te gaan of de voorschriften worden nageleefd.  Dit laatste was het geval.
                       Zie overigens onder 13.

                       Sub c

                       Met betrekking tot het gebruik van de op gas gestookte garagekachel wordt voorschrift 4.3. aan
                       de vergunning verbonden.
                       Het (ver)branden of afbranden van autowrakken en andere materialen is binnen de inrichting  
                       verboden (zie de voorschriften 3.10, 3.16, 3.24 en 9.6).
                       Op het gebruik van dieselmotoren- zal voorschrift 2.19 van toepassing zijn.

                       Sub d

                       Het terrein aan de Dorpsstraat 2 en 10 te Rhenoy heeft de bestemming "bedrijfsterrein".  Een
                       autowrakkeninrichting is op grond van die bestemming toegestaan.  Het door Provinciale Staten
                       van Gelderland vastgestelde Autowrakkenplan - met daarin een overzicht van te saneren of te
                       verplaatsen inrichtingen - is door de Kroon op 26 juli 1990, goedgekeurd.  De onderhavige
                       inrichting komt niet in dat overzicht voor.  Saneren of verplaatsen van die inrichting is derhalve
                       niet aan de orde.
                       Onzes inziens is de inrichting niet in strijd met het belang van de bescherming van het milieu,
                       omdat via het stellen van beperkingen en voorschriften dat belang voldoende kan worden
                       beschermd en er derhalve op dit punt geen grond is voor weigering van de vergunning.

19                  Het belang van het milieu kan - zoals reeds gesteld onder 18 - voldoende worden beschermd door
                      aan de vergunning beperkingen en voorschriften te verbinden.

20                  Bij het stellen van die beperkingen en voorschriften hebben wij hoofdstuk 5 van de Ministeriele
                      richtlijn voor provinciale plannen inzake de verwijdering van autowrakken en de door het
                      ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer opgestelde
                      modelvoorschriften voor vergunningen voor autowrakkeninrichtingen, als uitgangspunt
                      gehanteerd.

21                  De inrichting past in het op 20 december 1989 door Provinciale Staten vastgestelde en bij Koninklijk
                      besluit van 26 juli 1990, nr. 90.017296, goedgekeurde Autowrakkenplan.

Overwegende het hiervoor gemelde en gelet op de bepalingen in de Afvalstoffenwet, de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, het Vergunningenbesluit inrichtingen Afvalstoffenwet en het Besluit autowrakkeninrichtingen;

HEBBEN WIJ BESLOTEN

I                     De heer H.J. Story voornoemd voor een periode van 10 jaren een Afvalstoffenwetvergunning te
                      verlenen overeenkomstig de daarbij behorende en als zodanig gewaarmerkte bescheiden voor het
                      oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het bewaren en bewerken van autowrakken
                      annex autohandel op de percelen, kadastraal bekend gemeente Beesd, sectie L, nrs 694, 696 en
                      697, plaatselijk bekend Dorpsstraat 2 en 10 te Rhenoy (gemeente Geldermalsen).

II                     In het belang van de bescherming van het milieu aan die vergunning de hierna gestelde beperkingen
                       en voorschriften te verbinden.

______________________________________________________________________________________