Brieven GS Gelderland
A D V O C A T E N E N P R O C U R E U R S
& B E M I DD E L I N G I N G E S C H I L L E N
MR. E. TH. HUMMELS
MR. F. VAN DER BRUG . mediator nmi . cvc
MR. G. TJ. DE JONG
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Postbus 9090
6800 GX Arnhem
inzake Van Steijn-van Iperen / Gedeputeerde Staten van Gelderland
uw kenmerk ter attentie van de heer B.A.M. Kolle
ons kenmerk 950630F
Utrecht, 23 februari 1997
Geachte heer Kolle.
Hierbij informeer ik U naar aanleiding van de bijeenkomst dd. 12 december 1996 waarop in bijzijn van alle betrokkenen de videobeelden zijn getoond. Ik stel vast dat deze bijeenkomst ordentelijk is verlopen. Het spijt mij overigens dat deze reactie later komt dan de bedoeling was.
I - inleidende opmerkingen
Uit de reactie van Rhenov BV leidt ik af dat de vergunninghouder kennelijk van oordeel is dat geen enkele overtreding zou hebben plaatsgehad. Mogelijkerwijs is daarbij sprake van verschil in beoordeling c.q. interpretatie van de van toepassing zijnde voorschriften van de geldende milieuvergunning.
Deze procedure dient wat betreft mw. Van Steijn-van Iperen dan ook niet alleen ter constatering van overtredingen en een verzoek tot handhaving van geldende voorschriften maar tevens ook om opheldering te verkrijgen omtrent het standpunt van Gedeputeerde Staten over de gewraakte werkzaamheden en activiteiten op het terrein van Rhenoy BV. Cliënte heeft namelijk nog steeds niet de indruk dat zij in haar bezwaren met betrekking tot bepaalde activiteiten van het bedrijf door Gedeputeerde Staten serieus wordt genomen. Immers, tot nu toe heeft zij haar gelijk dan wel bij de Raad van State moeten halen, dan wel bij de (externe) bezwaarschriftencommissie van de Provincie Gelderland.
Cliënte maakt deze opmerking ook omdat zij het nog steeds onbegrijpelijk acht waarom een op zich duidelijke brief dd. 26-2-1996 (MW96.10765-6095041) in een later stadium weer is weersproken zonder dat daaraan nadere aanwijzingen c.a. ten grondslag werden gelegd, en overigens ook niet konden liggen aangezien er geen gewijzigde omstandigheden waren; dit ligt tevens in de rede aangezien de vergunninghouder van oordeel is dat de gewraakte activiteiten in het geheel geen overtredingen zouden opleveren).
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
2
II - van toepassing zijnde voorschriften
a. voorterrein is bestemd voor het parkeren van auto's van bezoekers, en van verkoopklare auto's
Het verrichten, doen en/of laten verrichten van werkzaamheden op het voorterrein van het bedrijf van vergunningplichtige activiteiten, zoals het vervoeren, het stallen en bewerken van autowrakken, terwijl dat terrein blijkens de vergunningaanvraag uitsluitend .
Ik verwijs naar de bij de vergunning behorende tekening, waar zulks met zoveel woorden staat vermeld. Ook verwijs ik naar de uitspraak van de Raad van State, blz. 7 bovenaan.
Voor de gewraakte activiteiten is geen vergunning verleend, terwijl deze onder andere blijkens de verleende vergunning - wel vergunningplichtig zijn.
b. hinderlijke of geraasmakende werkzaamheden
1. In artikel 3.6 (uitspraak Raad van State) is omschreven dat hinderlijke of geraasmakende werkzaamheden
binnen de werkplaatsen dienen te worden verricht, met gesloten deuren en ramen (behoudens
onmiddellijk doorlaten van personen en zaken).
2. Tevens is in artikel 3.6 regel bepaald dat deze type werkzaamheden, indien buiten
verricht, niet in het roodomlijnde gebied mogen worden verricht (derhalve ongeacht
de geluidsproduktie ervan), (en daarbuiten indien aangetoond wordt dat deze
geluidsproduktie de gestelde geluidsnormen niet overschrijdt; maar dat is voor dit KG niet
relevant).
c. twee heftrucks en de takelwagen
Er mag niet met de twee heftrucks en de takelwagen worden gereden op het terrein tussen
de open loods (van Rhenoy BV) en de werkplaats. Omdat in de vergunningaanvraag slechts
de hier genoemde vervoermiddelen zijn vermeld (en in het kader van de voorbereiding ook op
geluid- en stankhinder onderzocht), zijn andere (vracht)voertuigen niet toegestaan, immers het
gebruik daarvan is niet vergund.
d. mechanisch verkleinen
In voorschrift 3.12 is het mechanisch verkleinen onder meer door middel van pletten van
autowrakken verboden. Op de videobanden is te zien dat zulks met gebruik van een hijskraan
toch gebeurt.
e. openingstijden
In artikel 3.21 is onder meer bepaald dat de inrichting tussen 19.00 uur en 07.00 uur
gesloten dient te zijn, en dat zich gedurende die perioden binnen de inrichting geen
werkzaamheden plaatsvinden.
f. valhoogte
De valhoogte mag niet meer dan 25 cm. zijn. Dit voorschrift is onder meer overtreden bij de gewraakte
activiteiten als bedoeld onder e., en ook bij het
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
3
aanvoeren bij, en doorvervoer van wrakken in de inrichting, en ook bij het gooien van oude metalen auto-
onderdelen in kratten, containers en dergelijke.
III - de overtredingen
Op het bijgaande kopie van het commentaar van Rhenoy BV op de gemelde en op de 3 videobanden opgenomen overtredingen is met rode letters aangegeven welke overtreding het betreft (bijlage 1). De letters corresponderen met de hierboven vermelde indeling (II a. t/m f.).
Waar een sterretje staat aangegeven betreft het activiteiten welke in de beoordeling ter zake van bestuurshandhaving niet behoeven worden meegenomen
Twee aspecten vragen een nadere toelichting.
a. Het eerste betreft de gebruiksmogelijkheden van het voorterrein. Dit terrein is in de vergunning wat betreft
bedrijfsmatige sloop- en verwerkingsactiviteiten niet meegewogen omdat het bestemd is tot parkeerplaats voor
bezoekers en voor verkoopklare auto's.
Er zijn geen akoestische beoordelingen gemaakt van andere activiteiten dan parkeren. Op de videobanden zijn
echter wel andere activiteiten te zien en te horen, zoals de aanvoer en (ver)plaatsing van autowrakken, en het
verrichten doen of laten verrichten van sloopwerkzaamheden. Deze activiteiten gaan bovendien doorgaans met
het nodige lawaai en met geluidsoverlast voor cliënte gepaard.
Over de vraag wat verstaan dient te worden onder verkoopklare auto's correspondeerden wij al eerder. De
conclusie van cliënte is dat de door Rhenoy geplaatste sloopauto's daaronder in elk geval niet begrepen kunnen
worden. Het betreft zowel auto's welke recent zijn aangevoerd, en derhalve nog bewerkt gaan worden, als auto's
welke uitsluitend als schroot verkocht worden. Er staan daar geen auto's welke geschikt zijn en/of verkocht
worden ten behoeve van het daarmee (weer) gaan deelnemen aan het verkeer.
Indien en voorzover daaronder ook sloopauto's worden verstaan, worden daarmee c.q. daartoe werkzaamheden
verricht welke als bedrijfsmatige sloop- en/of verwerkingsactiviteiten dienen te worden aangemerkt. Wat betreft
het voorterrein ziet de verleende vergunning niet op dergelijke activiteiten. Naar de milieubelasting van die
activiteiten is - ter voorbereiding van aanvraag en vergunningverlening - bovendien geen onderzoek gedaan.
b. Het tweede betreft het roodomlijnde gebied van het achterterrein, en de zone waar niet met de vergunde
bedrijfsvervoermiddelen mag worden gereden. Niet vergunde vervoermiddelen mogen daar al helemaal niet
komen, terwijl
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
4
de wel vergunde niet in de strook (in rood aangegeven) tussen het bedrijfsgebouw/werkplaats en de open loods
(in groen aangegeven) mogen rijden (bijlage 2).
Slotopmerking
De onderhavige procedure strekt zich ook uit over de gedane meldingen en verzoeken tot toepassing van bestuurshandhaving na de eerste - formele - melding. De compilatie van de drie videobanden en de beschrijving daarvan geldt als uitgangspunt voor de beoordeling, waarbij de drie aan deze compilatie ten grondslag liggende integrale banden (als het ware) als naslagwerk (ter verduidelijking van een en ander) gebruikt kunnen en mogen worden.
Een kopie zend ik rechtstreeks naar de wederpartij, Rhenoy BV, en mr. Van Rensch.
Hoogachtend,
F. van der Brug
bijl. 2
950630F/9
______________________________________________________________________________________
A D V O C A T E N E N P R O C U R E U R S
& B E M I DD E L I N G I N G E S C H I L L E N
MR. E. TH. HUMMELS
MR. F. VAN DER BRUG . mediator nmi . cvc
MR. G. TJ. DE JONG
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Postbus 9090
6800 GX Arnhem
inzake Van Steijn-van lperen / Gedeputeerde Staten van Gelderland
uw kenmerk ter attentie van de heer B.A.M. Kolle
ons kemnerk 95063OF
Utrecht, 15 april 1997
Geachte heer Kolle,
Hierbij breng ik u mijn brief dd. 23-2-1997 in herinnering. In deze brief gaf ik U een nadere toelichting naar aanleiding van de bijeenkomst dd. 12-12-1996.
Ik verzoek U mij binnenkort te berichten.
Met vriendelijke groet,
F. van der Brug
95063OF/970415.fb
______________________________________________________________________________________
A D V O C A T E N E N P R O C U R E U R S
& B E M I DD E L I N G I N G E S C H I L L E N
MR. E. TH. HUMMELS
MR. F. VAN DER BRUG . mediator nmi . cvc
MR. G. TJ. DE JONG
A A N T E K E N E N
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Postbus 9090
6800 GX Arnhem
inzake Van Steijn-van Iperen / Gedeputeerde Staten van Gelderland
uw kenmerk
ons kenmerk 950630F
Utrecht, 15 mei 1997
Geacht heer Kolle.
Hierbij breng ik U mijn brieven van 23 februari 1997 en 15 april 1997 in herinnering. Ik ontving daarop nog geen reactie.
Ik verzoek U thans te bevorderen dat de beslissing binnen twee weken na dagtekening wordt genomen en dat ik daarvan in kennis wordt gesteld.
Met vriendelijke groet,
F. van der Brug
950630F/970515.
_____________________________________________________________________________________
_________________________________________________________________________________
Gedeputeerde Staten provincie Gelderland
Bezoekadres Postadres
Markt 11 Postbus 9090
Arnhem 6800 GX Arnhem
telefoon (026) 359 91 11
telex 45 569 pbgld
telefax (026) 359 94 80
Advocatenkantoor Hummels, Van der Brug
en De Jong
T.a.v. de heer F. van der Brug
Postbus 85050
3508 AB UTRECHT
datum nummer
16 mei 1997 MW97.8273-6095041
onderwerp
van Steijn-van Iperen/Gedeputeerde Staten/Rhenoy B.V-
Geachte heer Van der Brug,
In antwoord op uw brief d.d. 23 februari 1997, uw kenmerk 95063OF (handhavingsverzoek), delen wij u het volgende mee.
In het kader van een zorgvuldige voorbereiding op uw bovengenoemd handhavingsverzoek is op grond van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht de directie van Rhenoy B.V. op 14 april 1997 gehoord en zijn de door u ter beschikking gestelde videobeelden opnieuw bezien.
Hierbij is ons het volgende gebleken.
a voorterrein/verkoopklare auto's
In uw brief stelt u dat op het voorterrein van het bedrijf Rhenoy B.V. aan de Dorpsstraat 10 autowrakken worden gestald. Tevens stelt u dat aan deze wrakken werkzaamheden worden verricht. U geeft aan dat dit in strijd is met de vergunning en de uitspraak van de Raad van State d.d. 11 mei 1995.
In deze uitspraak staat dat het voorterrein, conform de vergunningaanvraag en de verleende vergunning, gebruikt mag worden voor het stallen van verkoopklare auto's en het parkeren van voertuigen van bezoekers. Het stallen van autowrakken en uitvoeren van werkzaamheden is derhalve niet toegestaan.
In onze brief van 9 oktober 1995, nummer MW95.44795-6095041, hebben wij u een uitleg gegeven over het begrip "verkoopklare auto's". Tevens hebben wij u een nadere omschrijving van het begrip "autowrak" gegeven, zoals die bij Koninklijk Besluit van 2 november 1993, Stbl. 571, is vastgesteld. wij zijn van mening dat op grond van genoemde bepalingen geen sprake is van stalling van autowrakken op het voorterrein.
De stalling van deze verkoopklare auto's op het terrein aan de Dorpsstraat 10 te Rhenoy is onlangs vrijwillig door de directie van Rhenov B.V. met de helft teruggebracht. De omheining van het stallingsterrein is verplaatst. De vrijgekomen ruimte wordt gebruikt voor stalling van autols van bezoekers.
Doordat er geen sprake is van stalling van autowrakken op het voorterrein, kan er onzes inziens ook geen sprake zijn van het uitvoeren van werkzaamheden aan autowrakken.
lnlichtingen bij dhr. B.A.M. Kolle doorkiesnr. 359 99 47
verzonden 2 1 MEI 1997
Postbank 869762
ABN*AMRO Arnhem 53 50 26 463
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Echter, ook het uitvoeren van werkzaamheden aan verkoopklare auto's op het voorterrein is niet vergund.
De vastgelegde videobeelden over het verwijderen van chassisnummerplaatjes en het openbreken van een portier moeten als bewerkingen worden beschouwd en zijn derhalve illegaal.
Met het bedrijf is afgesproken dat eventuele werkzaamheden - hoe licht van aard ook - niet meer op het voorterrein worden verricht. Afgesproken is dat iedere werkzaamheid aan een dergelijk voertuig binnen in de werkplaats zal geschieden.
Conclusie
Er is geen sprake van opslag van autowrakken. Ten aanzien van dit onderdeel wijzen wij uw handhavingsverzoek dus af. Op het voorterrein hebben wel bewerkingen van verkoopklare auto's plaatsgevonden in strijd met de verleende vergunning. Met het bedrijf is afgesproken dat deze bewerkingen niet meer op het voorterrein zullen plaatsvinden. Hierdoor is er voor ons geen aanleiding ten aanzien hiervan handhavend op te treden. Ten aanzien van dit onderdeel wijzen wij uw handhavingsverzoek dus eveneens af.
b werkzaamheden binnen de werkplaatsen met gesloten deuren en ramen In uw brief stelt u dat:
1 hinderlijke of geraasmakende werkzaamheden binnen de werkplaatsen moeten gebeuren met gesloten ramen
en deuren; dat hinderlijke of geraasmakende werkzaamheden niet in het rood omlijnde gebied mogen worden
verricht.
Volgens u geven de gemaakte videobeelden aan dat het bedrijf zich hier niet aanhoudt.
Ad 1
Het door middel van een videoband getoonde beeld van een openstaand raam betreft een raam van het kantoorgedeelte en niet van de werkplaats. Deze ramen behoren niet tot de werkplaats en mogen (uiteraard) geopend zijn.
Uit de videobeelden is ons niet gebleken dat de garagedeuren openstaan langer dan nodig is voor het doorlaten van goederen en personen.
Het openen van die deuren heeft volgens het bedrijf Rhenoy B.V. een enorme tochtstroom tot gevolg en zal dan ook al om die reden tot een minimum beperkt blijven.
conclusie
Er is geen sprake van overtreding van het vergunningvoorschrift 3.6 uit de Afvalstoffenwetvergunning. ook op dit punt wijzen wij daarom uw handhavingsverzoek af.
Ad 2
Het gebruik van een gasflessenwagen op het buitenterrein is door Rhenoy B.V. gestaakt. Het snijbranden gebeurt thans alleen nog in de werkplaats. Het opbouwen van een stelling binnen de rode zone is gedaan om te voorkomen dat een heftruck tussen de open loods en de werkplaats kan komen. Het opruimen van de velgen - dat evenals het opbouwen van een stelling evenmin een structurele bedrijfsactiviteit is - is gedaan om de bouw van de stelling mogelijk te maken. Tevens is door het verwijderen van deze velgen de mogelijkheid dat hiermee hinderlijke of geraasmakende activiteiten binnen de rode zone worden uitgevoerd, weggenomen.
De video-opname van 16 maart 1996 waarbij uitlaatdelen in een containerbak worden gelegd, lijkt op een mogelijk hinderlijke of geraasmakende activiteit binnen de rood omlijnde zone.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
In vergunningvoorschrift 3.6 staat dat geen hinderlijke of geraasmakende werkzaamheden mogen worden uitgevoerd in de rood omlijnde zone. Het laden van een bak met uitlaatonderdelen valt onzes inziens niet onder de bedoelde en omschreven werkzaamheden uit het voorschrift en de uitspraak van de Raad van State d.d. 1 mei 1995, namelijk slijpen, schuren, uitdeuken, hameren alsmede snijbranden.
De mate waarin deze activiteit hinderlijk of geraasmakend is, is aan de hand van de video-opname alleen niet goed te bepalen.
Op 14 april 1997 is met de directie van Rhenoy B.V. afgesproken dat incidentele werkzaamheden, die buiten de vergunningsfeer vallen en mogelijk overlast kunnen veroorzaken, vooraf terstond aan ons gemeld zullen worden. zodoende kan in overleg met het bedrijf bekeken worden welke extra maatregelen genomen moeten worden om hinder naar omwonenden zo veel mogelijk te beperken of te voorkomen.
Conclusie
op grond van de gemaakte videobeelden zijn wij niet van mening dat het bedrijf de vergunningvoorschriften heeft overtreden.
Wij wijzen derhalve uw handhavingsverzoek op dit punt af.
c Gebruik heftrucks, takelwagen/werkzaamheden in rode zone
In uw brief stelt u dat andere voertuigen dan twee heftrucks en de takelwagen niet gebruikt mogen worden in de bedrijfsvoering van Rhenoy B.V. omdat deze niet zijn vergund.
De video-opnamen laten een tractor zien op het terrein van Rhenoy B.V.Deze was tijdelijk door een aannemer van werken in gebruik in verband met verharding van het terrein met zgn. stelconplaten. Deze incidentele werkzaamheden vallen niet binnen de werkingssfeer van de Afvalstoffenwet/Wet-milieubeheervergunning van Rhenoy B.V.
Conclusie
Ten aanzien van het onder c genoemde is geen sprake van een activiteit die binnen de werkingssfeer van de vergunning valt.
Het betreft evenmin een activiteit die valt onder de werkingssfeer van de wet milieubeheer en als zodanig door ons van een vergunning moet worden voorzien.
Uw handhavingsverzoek op dit punt wijzen wij dan ook af.
d Mechanisch verkleinen
U stelt in uw brief dat autowrakken worden geplet in plaats van het indrukken van de daken.
Het gebruik van een poliepgrijper als pletgewicht om autowrakken voor transport gereed te maken op het achterterrein van de Dorpsstraat 2 - ruim 300 á 400 meter van het huis van uw cliënte verwijderd - achten wij niet overeenkomstig de vergunningaanvraag. vergund is het indrukken van daken van wrakken ten behoeve van transport (vergunningvoorschrift 3.12).
Deze werkzaamheid, die hoogstens 2 á 3 keer per jaar plaatsvindt, zal op een andere manier en dus minder luidruchtig dienen plaats te vinden.
In overleg met de directie is afgesproken dat het bedrijf ons voor 15 mei 1997 informeert op welke wijze hieraan tegemoet zal worden gekomen.
Conclusie
Ten aanzien van het onder d genoemde is sprake geweest van overtreding van het vergunningvoorschrift.
op dit punt zijn wij van mening dat het bedrijf Rhenoy B.V. illegaal autowrakken heeft geplet.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Echter, na toezeggingen van het bedrijf dat vanaf heden deze werkwijze gestaakt zal worden en voortaan binnen het vergunningvoorschrift daken worden ingedrukt, zijn wij van mening dat het opleggen van bestuursrechtelijke maatregelen op dit moment te voorbarig is. Wij wijzen op dit moment uw verzoek om handhavend op te treden derhalve af. Mocht blijken dat het bedrijf zich niet aan het gestelde in het betreffende vergunningvoorschrift en de gemaakte afspraken houdt, zullen wij overwegen bestuursrechtelijk maatregelen te nemen.
e Openingstijden
U stelt in uw brief dat het bedrijf buiten de vergunde openingstijden werkzaamheden op het bedrijfsterrein heeft uitgevoerd.
Het bedrijf dient zich te houden aan de in de vergunning vermelde openingstijden als het gaat om vergunde bedrijfsactiviteiten. Buiten de voor het bedrijf geldende openingstijden is er kennelijk binnen de inrichting een feestje gehouden. Dit is overigens met toestemming van de gemeente Geldermalsen gebeurd en ter kennis aan de plaatselijke politie gebracht. Een dergelijke activiteit valt echter buiten de werkingssfeer van de aan Rhenoy B.V. verleende Afvalstoffenwet/Wet-milieubeheervergunning.
Het gebruik van de kantoren na sluitingstijd en het eventueel opvangen van een calamiteit in geval van bijvoorbeeld een ongeval, zal - zolang er zorgvuldigheid wordt betracht jegens de omgeving mede steunend op de vergunningvoorschriften - onzes inziens geen reden zijn om handhavend op te treden. Gelet op de verklaring van het bedrijf zal deze activiteit na sluitingstijd eerder uitzondering dan regel zijn.
conclusie
Ten aanzien van het onder e genoemde is geen sprake van overtreding van een vergunningvoorschrift.
Wij wijzen uw handhavingsverzoek op dit punt dan ook af.
f Valhoogte
Op de video-opname is geconstateerd dat de valhoogte mogelijk groter is geweest dan de voorgeschreven 25 centimeter en kan mogelijk sprake zijn van een overtreding van het betreffende vergunningvoorschrift. Dit is
echter moeilijk uit de beelden op te maken.
Tijdens het overleg van 14 april 1997 is er bij de directie van Rhenoy B.V. op aangedrongen om op deze activiteit nog eens extra aandacht te vestigen. Zij heeft dit toegezegd.
Conclusie
Ten aanzien van het onder f genoemde is mogelijk sprake van overtreding van een vergunningvoorschrift. Door het ontbreken van duidelijk bewijs van overtreding is handhavend optreden echter niet mogelijk. Wij wijzen uw handhavingsverzoek op dit punt dan ook af.
Algemeen
Als aan de hand van videobeelden vaststaat dat een overtreding is begaan en dit niet door de overtreder wordt betwist, kan een video-opname aanleiding zijn voor het verzenden van een voorwaarschuwing. Als basis voor een handhavingsbeschikking vinden wij dat echter onvoldoende, mede omdat wij dan ook over eigen waarnemingen en bewijzen van onze dienst milieu en water willen beschikken. Bovendien is aan de hand van een videoopname niet altijd na te gaan op welk moment deze is gemaakt omdat in principe het instellen van datum, tijd en geluid te allen tijde regelbaar zijn.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Voorts berichten wij u dat in de periode van 1 januari 1996 tot en met 1 mei 1997 bij het Milieuklachten- an informatiecentrum van deze provincie geen klachten over het bedrijf Rhenoy B.V. zijn binnengekomen.
Als klachten over het bedrijf zouden zijn binnengekomen, is dat voor ons reden het bedrijf zo spoedig mogelijk te bezoeken an de klacht op de aangegeven milieuaspecten te beoordelen.
Door het ontbreken van deze klachten zijn wij niet in staat geweest de in de door u beschikbaar gestelde video-opnamen getoonde situaties ter plaatse en ten tijde van de mogelijke overlast te onderzoeken.
De recente resultaten van het reguliere milieutoezicht van de dienst Milieu en Water bij het bedrijf, zijn geen aanleiding om aan te nemen dat het bedrijf zich niet zou houden aan de vergunningvoorschriften. Wij worden in deze mening gesterkt door het uitblijven van klachten over het bedrijf door omwonenden.
Gelet op het vorenstaande zijn wij van mening dat er geen reden is uw verzoek om handhavend op te treden tegen het bedrijf Rhenoy B.V. te Rhenoy in te willigen. Wij wijze daarom uw verzoek op de aangegeven punten af.
Ten slotte zijn wij van mening dat de jarenlange strijd van uw cliënte tegen het bedrijf Rhenoy B.V. een disproportioneel tijdsbeslag legt en heeft gelegd op de ambtenaren van onze dienst Milieu en water. Hiermee is geen redelijk milieubelang gediend. Helaas heeft onze inzet bij uw cliënte niet tot de overtuiging kunnen leiden dat het bedrijf overeenkomstig de door ons verleende wet-milieubeheervergunning werkzaam is.
Ten aanzien van de in deze beschikking genoemde punten beschouwen wij de discussie met u en uw cliënte als afgesloten. Wij verzoeken u hiervan goede nota te nemen.
Een afschrift van deze brief hebben wij gezonden aan Burgemeester en wethouders van Geldermalsen, de inspecteur van de Volksgezondheid voor de milieuhygiëne in Gelderland, de officier van justitie voor milieuzaken, alsmede aan de plaatselijke politie.
Hoogachtend,
Moqelijkheid van bezwaar en voorlopige voorziening
Belanghebbenden kunnen ingevolge de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum van de bekendmaking van dit besluit hiertegen bij ons bezwaar maken door het indienen van een bezwaarschrift. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan ons college, ter attentie van de griffier van de Commissie bezwaar- en beroepschriften, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem. Op envelop en brief duidelijk "bezwaarschrift" vermelden.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten:
· de naam an het adres van de indiener;
· de dagtekening;
· een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
· de gronden van het bezwaar.
______________________________________________________________________________________