Statenvragen van GroenLinks

Milieu
Autosloperij Rhenoy BV te Rhenoy
Vanaf ruim 30 jaar geleden is in de kern Rhenoy een situatie gegroeid, waarin vlakbij de dorpskern en pal naast een aantal woonhuizen, een autosloperij in bedrijf is. Het betreft het bedrijf Rhenoy BV aan de Dorpsstraat. Enkele van de omwonenden ondervinden dermate overlast van de activiteiten, dat al jarenlang - ook nu nog - vele juridische procedures lopen, met name in het kader van de Wet milieubeheer.
Het bedrijf, dan wel de provincie, is bij alle procedures in het gelijk gesteld. De fractie van GroenLinks kan zich evenwel inleven in het ongenoegen en het gevoel van onrechtvaardigheid bij de buren. GroenLinks vindt een dorpskern in principe geen goede locatie voor een autosloopbedrijf.
De fractie van GroenLinks is van mening dat het voor geen van de betrokkenen, inclusief provincie en gemeente, zinvol of gewenst is de juridische strijd voort te zetten.
Autosloperij Rhenoy. Antwoord van GS op Statenvragen van GroenLinks (11 juni 2002)
Statenvragen van GroenLinks aan het college van G.S. (26 mei 2002)
Meer informatie > Sonja van der Arend
Zie ook >
Laatste wijziging >
_____________________________________________________________________

26 mei 2002
Provinciale inspanningen aangaande Autosloperij Rhenoy BV te Rhenoy
Statenvragen van GroenLinks aan het college van G.S.
Ondergetekende doet u vragen toekomen, als bedoeld in artikel 30 van het Reglement van Orde, betreffende bovengenoemd onderwerp.
Toelichting:
Vanaf ruim 30 jaar geleden is in de kern Rhenoy een situatie gegroeid, waarin vlakbij de dorpskern en pal naast een aantal woonhuizen, een autosloperij in bedrijf is. Het betreft het bedrijf Rhenoy BV aan de Dorpsstraat. Destijds stond de milieuwetgeving nog in de kinderschoenen, en van integratie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening was nog helemaal geen sprake. Vanwege verworven rechten is de aanwezigheid en uitbreiding van het bedrijf na verloop van jaren ingepast in het bestemmingsplan en de geldende milieuwetgeving. Enkele van de omwonenden ondervinden echter dermate overlast van de activiteiten, dat al jarenlang - ook nu nog - vele juridische procedures lopen, met name in het kader van de Wet milieubeheer.
Overigens is het bedrijf, dan wel de provincie, bij alle procedures in het gelijk gesteld. De fractie van GroenLinks kan zich evenwel inleven in het ongenoegen en het gevoel van onrechtvaardigheid bij de buren. Wij vinden een dorpskern in principe geen goede locatie voor een autosloopbedrijf. Bovendien kunnen we ons niet voorstellen dat de situatie in positieve zin bijdraagt aan het woon- en werkgenot ter plaatse.
De fractie van GroenLinks is van mening dat het voor geen van de betrokkenen, inclusief provincie en gemeente, zinvol of gewenst is de juridische strijd voort te zetten. Vanuit het oogpunt van goed omgevingsbeleid zou onzes inziens, door middel van een integrale benadering, gezocht moeten worden naar een andersoortige aanpak van het probleem. De 'casus Rhenoy' is niet het enige voorbeeld van ruimtelijke milieuprobematiek waar overlast, die niet via juridische weg kan worden gelenigd, leidt tot ergernis tussen burgers en bedrijven en wantrouwen jegens de overheid. Door de koker-organisatie van overheden blijft een vraagstuk vaak te veel binnen één van de afdelingen. De oplossingsgerichtheid van de provinciale overheid kan er dan toe leiden dat de provincie onvoldoende uitstraalt dat zij problemen, die omwonenden ervaren, wel degelijk erkent. Dit vergroot het wantrouwen, waardoor de inspanningen van de provincie zelf een averechtse uitwerking kunnen hebben.
Vraag 1. Deelt uw College onze opvatting dat rondom het onderhavige bedrijf sprake is van een ongewenste situatie, oftewel een probleem, zowel vanuit het perspectief van een goed omgevingsbeleid als vanuit het perspectief van de verschillende betrokkenen?
Vraag 2. Wat heeft uw College tot nu toe ondernomen om aan de botsing van tegenstrijdige belangen een einde te maken, en wat waren de resultaten van uw inspanningen?
Vraag 3. Ziet uw College in dit geval reden en mogelijkheid om over te gaan tot een integrale, niet-juridische aanpak van het probleem?
Met vriendelijke groeten, namens de GroenLinks-fractie,
De vragensteller,

Sonja van der Arend, statenlid

Klik hier om op de startpagina terug te komen. Deze pagina's worden verzorgd door Patrick Jansen en Gea Evenhuis. Voor meer informatie kunt u terecht bij het vermelde fractielid of bij het fractiekantoor van GroenLinks Gelderland. Telefoon: (026) 359 94 58. Deze pagina is laatst veranderd op donderdag 30 mei 2002 .

______________________________________________________________________

11 juni 2002 
Autosloperij Rhenoy
Antwoord op Statenvragen van GroenLinks
Ingevolge het bepaalde in artikel 30 van het Reglement van Orde van provinciale staten doe ik u hieronder het antwoord van Gedeputeerde Staten op de vragen van het statenlid mevrouw S. van der Arend van de fractie GroenLinks toekomen.
Vraag 1:
Deelt uw college onze opvatting dat rondom het bedrijf sprake is van een ongewenste situatie, oftewel een probleem, zowel vanuit het perspectief van een goed omgevingsbeleid als vanuit het perspectief van de verschillende betrokkenen?
Antwoord: Neen
Vraag 2:
Wat heeft uw college tot nu toe ondernomen om aan de botsing van tegenstrijdige belangen een einde te maken en wat waren de resultaten van uw inspanningen?
Antwoord: Rhenoy B.V. ligt aan de buitenrand van het dorp; er naast en tegenover liggen enkele woningen. Het bedrijf is een goed geoutilleerd auto-ontmantelingsbedrijf en aangesloten bij Auto Recycling Nederland B.V. en als zodanig gecertificeerd door de Société Générale de Surveillance (SGS). Het bedrijf houdt zich voornamelijk bezig met het handelen in tweedehands auto's en met het herstellen van schadeauto's. Daarbij worden dagelijks enkele schadeauto's geheel ontmanteld. De bewerkingsactiviteiten vinden inpandig plaats; buiten vindt slechts opslag van auto's en auto-onderdelen plaats. Het bedrijf is op deze locatie overeenkomstig het ter plaatse geldende bestemmingsplan gevestigd en is in werking conform het door GS in 1993 aan het bedrijf verleende milieuvergunning. In de eerste jaren na het verlenen van de vergunning is er sprake geweest van overtreding van voorschriften die betrekking hebben op het gebruik van bepaalde terreingedeelten. Daarop heeft het bedrijf fysieke maatregelen genomen om overtreding onmogelijk te maken. Sinds 1998 zijn ook geen overtredingen van dit voorschrift meer waargenomen.
Het bedrijf moet conform het provinciaal toezichtsplan voor autodemontage-inrichtingen tweemaal per jaar onaangekondigd worden gecontroleerd. Sinds 1996 zijn jaarlijks - vanwege de aanhoudende klachten - veel meer (tot wel 10) controlebezoeken aan het bedrijf uitgevoerd. Daarbij heeft de toezichthouder in geen enkel geval een overtreding geconstateerd die tot overlast zou kunnen leiden. In april van dit jaar is in opdracht van het college een geluidsonderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten hiervan is duidelijk dat het geluid dat door de bedrijfsactiviteiten wordt veroorzaakt de in de vergunning opgenomen grenswaarde niet overschrijdt.
Het college ontvangt inderdaad sinds veel jaren klachten over dit bedrijf. Deze klachten zijn afkomstig van één locatie en dus van één klager. Daarbij valt op dat er sprake is van "stille" periodes en periodes waarin de dienst Milieu en Water enkele tientallen klachten per maand ontvangen. Een periode van klachten wordt in de regel gevolgd door een handhavingsverzoek.
In de periode tussen 1996 en 1998 heeft het college zeer veel tijd besteed aan de verzoeken van voornoemde klager om handhavend op te treden tegen het bedrijf Rhenoy. Klager heeft uiteindelijk beroep ingesteld bij de Raad van State tegen de afwijzende beslissing van GS op een verzoek tot handhaving. De Raad van State heeft het beroep ongegrond verklaard. In het provinciaal archief bevinden zich ook afschriften van verzoeken die klager heeft gericht aan de Officier van Justitie te Arnhem en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Ook deze instanties zijn tot de conclusie gekomen dat er objectief geen sprake is van geluidhinder of overlast. In 1997 heeft tv-programmamaker Frans Bromet een aflevering van "Buren" gewijd aan deze zaak.
In de herfst van 2001 is er een nieuwe stroom van klachten op gang gekomen, waardoor het bedrijf thans zelfs een plaats in de provinciale Milieuklachten Top Tien heeft verkregen. Zoals steeds in het verleden heeft ook nu onze toezichthouder diverse onderzoeken ingesteld naar de gegrondheid van de klachten. En ook nu weer heeft hij bij de diverse onaangekondigde controles niet kunnen vaststellen dat het bedrijf zijn activiteiten op zodanige wijze uitvoert dat er - in alle redelijkheid - sprake geweest kan zijn van overlast. Daarop heeft de klager bij ons college een verzoek tot intrekking van de milieuvergunning ingediend. Inmiddels zijn wij bezig met de inhoudelijke behandeling van het bezwaarschrift tegen de afwijzing van klagers verzoek.
Dit alles overziend deelt het college niet uw mening dat er rond het bedrijf sprake zou zijn van een ongewenste situatie vanuit het perspectief van een goed omgevingsbeleid. Het bedrijf voldoet aan de eisen van de vigerende milieuvergunning. Deze milieuvergunning is destijds op verzoek van de klager door de Raad van State getoetst en op een punt (geluidsaspect) aangepast. Uit alle controleverslagen blijkt dat er geen sprake is van objectief vast te stellen geluidhinder c.q. overlast. De klachten komen van slechts één klager.
Naar de mening van het college is er hier sprake van een burenruzie, waarbij het college betrokken is geraakt vanwege hun bevoegdheid inzake de handhaving van de afgegeven milieuvergunning.
Het college ziet dan ook geen aanleiding om vanuit die optiek opdracht te geven om provinciale middelen in te zetten - in welke vorm ook - om tot een andersoortige aanpak te komen.
Wel is het college met u van mening dat er rondom het bedrijf sprake is van een probleem vanuit het perspectief van de verschillende betrokkenen, te weten de klager die al jaren zich hevig verzet tegen de aanwezigheid van het bedrijf en het bedrijf dat iedere keer wordt aangesproken op het uitvoeren van activiteiten die gewoon door de milieuvergunning worden gedekt en die naar de mening van Gedeputeerde Staten naar een objectief vastgesteld maatstaf geen overlast veroorzaken.
Naar de mening van het college staat vast dat de handhaving bij deze inrichting op meer dan adequate wijze wordt uitgevoerd.
Dat deze - meer dan objectief gezien noodzakelijke - inspanning van het college niet tot de overtuiging heeft geleid dat het bedrijf overeenkomstig de verleende milieuvergunning in werking is, vindt naar de mening van het college in hoofdzaak zijn oorsprong in een slechte burenverhouding, waarbij iedere waarneembare activiteit afkomstig van het bedrijf tot irritaties leidt bij klager. Bij een dergelijke subjectieve ervaring van gevoelsmatige aard zal geen enkele aanpak, ook niet een integrale, niet juridische leiden tot een oplossing van het probleem.
Ons college zal echter alert blijven, zoals dit steeds het geval is geweest, ten aanzien van de primaire taak van handhaving van de aan Rhenoy B.V. verleende milieuvergunning.
Vraag 3:
Ziet uw college in dit geval reden en mogelijkheid om over te gaan tot een integrale, niet-juridische aanpak van het probleem?
Antwoord: Zie het antwoord op vraag 2.
De voorzitter van Provinciale
Staten van Gelderland
J. Kamminga

Klik hier om op de startpagina terug te komen. Deze pagina's worden verzorgd door Patrick Jansen en Gea Evenhuis. Voor meer informatie kunt u terecht bij het vermelde fractielid of bij het fractiekantoor van GroenLinks Gelderland. Telefoon: (026) 359 94 58. Deze pagina is laatst veranderd op dinsdag 18 juni 2002 .