Nieuwe aanvraag handhaving milieuvergunning "Rhenoy bv"
Gedeputeerde Staten provincie
Gelderland
Bezoekadres Postadres
Huis der Provincie Posbus 9090
Markt 11 6800 GX Arnhem
Arnhem
telefoon (026) 359 91 11
telefax (026) 359 94 80
e-mail post@gelderland.nl
internet www.gelderland.nl
Mevrouw Van Steijn
Dorpsstraat 8
4152 EP RHENOY
datum nummer
18 oktober 2001 MW2001.41271
onderwerp
Autodemontagebedrijf Rhenoy B.V.
Geachte mevrouw Van Steijn,
Op vrijdag 5 oktober 2001 heeft u via het Milieuklachten- en informatiecentrum een melding gedaan over het bedrijf Rhenoy B.V. Het bedrijf zou bezig zijn met opruimwerkzaamheden.
Bij navraag bij de directie van het bedrijf over uw melding is ons gebleken dat er sprake is geweest van periodieke opruimwerkzaamheden en herinrichting van het buitenterrein. Het bedrijf komt daarmee tegemoet aan de ISO-norm 9002. Daarbij is het visuele karakter van het bedrijf een meetpunt.
Voormelde werkzaamheden/activiteiten kunnen overigens niet getoetst worden aan de voorschriften van de milieuvergunning van het bedrijf, omdat zij daarop geen betrekking hebben.
Voorts berichten wij u dat op 19 september 2001 door de heren H. Klompmaker en B.A.M. Kolle, medewerkers van de dienst Milieu en Water, een bezoek is gebracht aan het bedrijf Rhenoy B.V. Doel van het bezoek was om na te gaan of de voorschriften van de geldende milieuvergunning door het bedrijf correct worden nageleefd. Dit bleek het geval. Evenmin was er op dat ogenblik aanleiding op- of aanmerkingen te maken over de milieuhygiënische bedrijfsvoering.
Wij vertrouwen erop u hiermee geïnformeerd te hebben.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Commissaris wnd. griffier
van de Koningin
inlichtingen bij dhr. B.A.M. Kolle doorkiesnr 359 99 47
e-mail
verzonden 24 OKT. 2001
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Gedeputeerde Staten provincie
Gelderland
Bezoekadres Postadres
Huis der Provincie Posbus 9090
Markt 11 6800 GX Arnhem
Arnhem
telefoon (026) 359 91 11
telefax (026) 359 94 80
e-mail post@gelderland.nl
internet www.gelderland.nl
Mevrouw J. van Steijn-van Iperen
Dorpsstraat 8
4152 EP RHENOY
datum nummer
21 januari 2002 MW2002.2514
onderwerp
Autodemontagebedrijf Rhenoy B.V.
Geachte mevrouw Van Steijn,
In de maanden november en december van het jaar 2001 heeft u via het Milieuklachten- en Informatiecentrum meldingen gedaan over het bedrijf Rhenoy B.V. Het bedrijf zou volgens u bezig zijn met pletten van autowrakken, gooien van auto-onderdelen in containers en het veroorzaken van stank- en geluidoverlast.
Naar aanleiding van deze meldingen heeft de heer H.Klompmaker van onze dienst Milieu en Water op 11 december 2001 een controlebezoek aan het bedrijf Rhenoy B.V. gebracht. Als leidraad diende daarvoor de aan het bedrijf op 26 januari 1993 en later in beroep verleende milieuvergunning.
Tijdens deze controle hebben wij voormelde overtredingen niet kunnen constateren. Aanwezigheid van containers op het terrein hebben wij evenmin kunnen waarnemen.
Wel is waargenomen dat het bedrijf onderdelen aan het verplaatsen is naar een plek elders op het bedrijfsterrein. Deze tijdelijke werkzaamheden houden verband met de plaatsing van een nieuwe bedrijfshal op het terrein. Ook de effecten van deze werkzaamheden dienen binnen de aan Rhenoy B.V. verleende milieuvergunning te passen.
Voorzover wij konden waarnemen zijn tijdens die controle ook geen andere overtredingen waargenomen.
Wij vertrouwen erop u hiermee geïnformeerd te hebben.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Commissaris wnd. griffier
van de Koningin
inlichtingen bij dhr. H. Klompmaker doorkiesnr. 359 87 26
verzonden 29 JAN. 2002
coll. -
code: RA/68611
_____________________________________________________________________________
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Postbus 9090
6800 GX ARNHEM
Mevrouw P. van Steijn- van Iperen
Dorpsstraat 8
4152 EP Rhenoy
Rhenoy, 11 februari 2002
Betreft: verzoek tot handhaving van de Afvalstoffenwetvergunning, bij beschikking
van GS van Gelderland verleend aan H.J. Story, d.d. 26 januari 1993, nr. MW91.6465-6021081
Geacht College,
Gebleken is dat herhaaldelijk de Afvalstoffenwetvergunning en de hieraan verbonden milieuvoorschriften, verleend aan de heer H.J. Story ten behoeve van autosloperij Rhenoy bv, worden overtreden. De als gevolg hiervan ontstane overlast heeft bij herhaling geleid tot meldingen van klachten over stank en lawaai aan het Milieuklachten- en informatiecentrum van de provincie Gelderland. Deze klachten hebben echter niet geleid tot het stoppen van de overtredingen en de overlast.
Met verwijzing naar artikel 18.14 van de Wet milieubeheer verzoek ik u om de Afvalstoffen- wetvergunning verleend ten behoeve van autosloperij Rhenoy bv geheel in te trekken en binnen de gestelde periode hierover te beslissen.
Hoogachtend,
Mevrouw P. van Steijn- van Iperen
_____________________________________________________________________________
Gedeputeerde Staten provincie
Gelderland
Bezoekadres Postadres
Huis der Provincie Posbus 9090
Markt 11 6800 GX Arnhem
Arnhem
telefoon (026) 359 91 11
telefax (026) 359 94 80
e-mail post@gelderland.nl
internet www.gelderland.nl
Mevrouw van Steijn- van Iperen
Dorpsstraat 8
4152 EP RHENOY
datum nummer
19 maart 2002 MW2002.6237
onderwerp
Verzoek om intrekking milieuvergunning ex artikel 18.14
Wet milieubeheer
Geachte mevrouw Van Steijn,
In antwoord op uw brief van 11 februari 2002, bij ons binnengekomen op 12 februari 2002, delen wij u het volgende mee.
Bij brieven van 18 oktober 2001, nummer MW2001.41271 en 21 januari 2002, nummer MW220214, waarvan de inhoud in hoofdzaak is gebaseerd op diverse controlebezoeken van onze toezichthouder de heer H. Klompmaker aan het bedrijf Rhenoy B.V., hebben wij u bericht geen overtredingen te hebben geconstateerd van de voorschriften van de in 1993 aan Rhenoy B.V. verleende milieuvergunning.
De controlebezoeken zijn verricht naar aanleiding van diverse recentelijk door u bij het Milieuklachten- en informatiecentrum (MKIC) ingediende klachten/meldingen over het bedrijf Rhenoy B.V.
Dat wij geen overtredingen hebben kunnen constateren neemt niet weg dat u activiteiten afkomstig van het bedrijf zou kunnen waarnemen.
Deze activiteiten zijn evenwel destijds in het onderzoek naar de beoordeling van de aanvraag van Rhenoy B.V. om een milieuvergunning gemeten. Toen is - ook na hermeting - gebleken dat voldaan wordt aan de geluidsvoorschriften die betrekking hebben op het verrichten van werkzaamheden buiten de werkplaatsen en het gebruik van voertuigen op het buitenterrein van de inrichting. In het kader van deze hermeting heeft de directie van Rhenoy B.V. destijds zorggedragen vooreen verbeterde rookgasdemping en motoromkasting van deze voertuigen.
Tijdens een controlebezoek aan het bedrijf op 5 maart 2002 door de heren Klompmaker en Kolle zijn deze voertuigen op hun werking geïnspecteerd. Daarbij is gebleken dat geen sprake is van zichtbare uitlaatgasvorming van diesel en/of LPG en dat - gelet op de afstand van uw woning/erfgrens en de paden van het terrein waarop deze twee heftrucks incidenteel worden bereden - daarvan door u niet of nauwelijks overlast kan worden ondervonden.
Tevens is in de milieuvergunning rekening gehouden met de maximale geluidsniveaus en de woonomgeving. Er is toen uitgegaan van reële maximale geluidsniveaus van het bedrijf die min of meer overeenkomen met de omgevingseigen piekgeluiden. Deze piekgeluiden afkomstig van de openbare weg zullen hoger zijn en veelvuldiger voorkomen dan de piekgeluiden veroorzaakt door het incidenteel hameren/kloppen op en/of gooien van materiaal in een container op het buitenterrrein van het bedrijf.
Voorts is tijdens het bezoek van 5 maart 2002 duidelijk geluid waargenomen afkomstig van activiteiten van een loonbedrijf ten noordwesten van Rhenoy B.V. Het is naar onze mening niet onmogelijk dat u eveneens met dit geluid geconfronteerd bent geweest.
Wij zijn van mening dat het bedrijf Rhenoy B.V. zich correct houdt aan de voorschriften van de aan haar verleende milieuvergunning en was er op het moment van genoemde controlebezoeken evenmin aanleiding op- of aanmerkingen te maken over de milieuhygiënische bedrijfssituatie. Ook zijn ons geen klachten vanuit de omgeving bekend.
Besluit
Gelet op het vorenstaande hebben wij besloten uw verzoek om de door ons bij beschikking van 26 januari 1993 aan Rhenoy B.V. afgegeven milieuvergunning in te trekken, af te wijzen.
Deze beschikking treedt in werking op de dag na de dag waarop deze beschikking door verzending aan u is bekend gemaakt.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Gelderland
H 121.9
Commissaris wnd. griffier
van de Koningin
Mogelijkheid van bezwaar en voorlopige voorziening
Belanghebbenden kunnen ingevolge de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum van de bekendmaking van dit besluit hiertegen bij ons bezwaar maken door het indienen van een bezwaarschrift.
Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan ons college, ter attentie van de griffier van de Commissie bezwaar- en beroepschriften, Postbus 9090,6800 GX Arnhem. Op envelop en brief duidelijk "bezwaarschrift" vermelden.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten:
· de naam en het adres van de indiener;
· de dagtekening;
· een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
· de gronden van het bezwaar.
Als een bezwaarschrift is ingediend, kan aan de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA's-Gravenhage, worden verzocht een voorlopige voorziening te treffen, indien - gelet op de betrokken belangen - onverwijlde spoed dat vereist. Bij het verzoek dient een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van dit griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de genoemde afdeling van de Raad van State, telefoon (070) 426 44 26.
inlichtingen bij dhr. B.A.M. Kolle doorkiesnr 359 99 47
e-mail
verzonden 25 MAART 2002
_____________________________________________________________________________
Gedeputeerde Staten provincie
Gelderland
Bezoekadres Postadres
Huis der Provincie Posbus 9090
Markt 11 6800 GX Arnhem
Arnhem
telefoon (026) 359 91 11
telefax (026) 359 94 80
e-mail post@gelderland.nl
internet www.gelderland.nl
Mevrouw P. van Steijn- van Iperen
Dorpsstraat 8
4152 EP RHENOY
datum nummer
22 april 2002 MW2002.16681
onderwerp
Klachten/meldingen over Rhenoy B.V. te Rhenoy
Geachte mevrouw Van Steijn,
Te uwer informatie delen wij u mede dat wij op 17 april 2002 bij het bedrijf Rhenoy B.V. een geluidsmeting hebben verricht van het incidenteel in werking zijn van de twee heftrucks op het buitenterrein van het bedrijf.
De meting is verricht in het kader van het opstarten van een nieuwe procedure in verband met de aanvraag van de directie van Rhenoy B.V. om een nieuwe Wet-milieubeheervergunning en de klachten die u ook na onze afwijzing van uw handhavingsverzoek, u bij beschikking van 19 maart 2002, nr. MW2002.6237 meegedeeld, aan het Milieuklachten- en informatiecentrum (MKIC) blijft melden met betrekking tot het gebruik van voormelde voertuigen door Rhenoy B.V.
Zodra de resultaten van de meting bekend zijn zullen wij u hierover berichten door middel van toezending van de betreffende rapportage.
Een afschrift van deze brief hebben wij verzonden naar Burgemeester en Wethouders van Geldermalsen en aan de directie van Rhenoy B.V.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Commissaris griffier
van de Koningin
inlichtingen bij dhr. B.A.M. Kolle doorkiesnr 359 99 47
_____________________________________________________________________________
Gedeputeerde Staten provincie
Gelderland
Bezoekadres Postadres
Huis der Provincie Posbus 9090
Markt 11 6800 GX Arnhem
Arnhem
telefoon (026) 359 91 11
telefax (026) 359 94 80
e-mail post@gelderland.nl
internet www.gelderland.nl
Mevrouw P. van Steijn- van Iperen
Dorpsstraat 8
4152 EP RHENOY
datum nummer
24 mei 2002 MW2002.16681
onderwerp
Resultaten geluidsmeting Rhenoy B.V.
Geachte mevrouw Van Steijn,
Met verwijzing naar onze brief van 22 april 2002, nummer MW2002.16681, waarin wij u berichtten een geluidsmeting bij het bedrijf Rhenoy B.V. te zullen uitvoeren gericht op het gebruik van de twee heftrucks op het buitenterrein van de inrichting, delen wij u het volgende mee.
Zoals u wellicht bekend is zijn dergelijke metingen eerder verricht in het kader van het verlenen van de thans geldende Wet-milieubeheervergunning van Rhenoy B.V. Het resultaat was toen dat het gebruik van de heftrucks viel binnen de in de vergunningvoorschriften genoemde geluidsvoorschriften.
Nochtans vinden wij het gewenst - mede gelet op uw aanhoudende klachten met betrekking tot het gebruik van genoemde heftrucks en eveneens ten aanzien van de positie van Rhenoy B.V. in dezen - wederom een geluidsmeting te verrichten. Deze meting is op l7 april 2002 uitgevoerd.
Bijgaand doen wij u toekomen rapportnr.GLU-02-11 van 19 april 2002, waarin op bladzijde 8 de conclusies van de metingen zijn vermeld. Hierin wordt aangegeven dat in ruime mate wordt voldaan aan geluidsvoorschrift 3.19 van de aan Rhenoy B.V. verleende Wet-milieubeheervergunning van 26 januari 1993, nr. MW91.6465-6021081 en dat het maximum toelaatbare geluidsniveau Lmax (vergunningvoorschrift 3.20) veroorzaakt door beide heftrucks niet wordt overschreden.
Desalniettemin zoudt u - zoals wij u a] eerder hebben bericht - het gebruik van de heftrucks kunnen waarnemen.
Wij zullen de uitkomsten van genoemd rapport betrekken bij eventuele klachten over het gebruik van deze voertuigen binnen de inrichting van Rhenoy B.V. wanneer u deze bij ons Milieuklachtenen informatiecentrum (MKIC) zult melden.
Wij vertrouwen erop u hiermee geïnformeerd te hebben.
Een afschrift van deze brief hebben wij gezonden aan Burgemeester en Wethouders van Geldermalsen, alsmede aan de directie van Rhenoy B.V.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Gelderland
H 121.10
Commissaris wnd. griffier
van de Koningin
inlichtingen bij dhr. B.A.M. Kolle doorkiesnr 359 99 47
e-mail
verzonden 27 MEI 2002
_____________________________________________________________________________
Bezwaarschrift
AANTEKENEN
College van Gedeputeerde
Staten van de provincie Gelderland
t.a.v. de griffier van de Commissie
bezwaar- en beroepschriften
Postbus 9090
6800 GX Arnhem
Mevrouw P. van Steijn- van Iperen
Dorpsstraat 8
4152 EP Rhenoy
Rhenoy, 1 mei 2002
Betreft: bezwaarschrift tegen het besluit bij beschikking van G.S. van Gelderland
nummer MW2002.6237.
Geacht College,
Hierbij dient ondertekende, Mevrouw P. van Steijn- van Iperen, wonende aan de Dorpsstraat 8, te 4152 EP Rhenoy, een bezwaarschrift in tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland, nummer MW2002.6237, om het verzoek om intrekking van de milieuvergunning verleend aan de heer H.J. Story, ten behoeve van autosloperij Rhenoy bv, verleend door Gedeputeerde Staten van Gelderland bij beschikking d.d. 26 januari 1993, nr. MW91.6465-6021081, af te wijzen.
Gronden van Bezwaar
Motivering bezwaarschrift.
Het verzoek om intrekking van de milieuvergunning verleend aan de heer H.J. Story, is gedaan in het kader van de milieuhandhaving van een reeds bestaande milieuvergunning met in achtneming van de hieraan verbonden beperkingen en voorschriften in het belang van de bescherming van het milieu en het in beroep bij de Raad van State gewijzigde voorschrift 3.6 van genoemde vergunning.
De inhoud van de milieuklachten gemeld aan het Milieuklachten- en informatiecentrum en elk daarop betrekking hebbende beperking en voorschrift opgenomen in de Afvalstoffenwetvergunning ten behoeve van de woonomgeving naast de autosloperij, zouden mijns inziens moeten dienen als leidraad bij de controle van de autosloperij.
1e Bezwaar:
In de beschikking, nummer MW2002.6237, worden twee brieven genoemd van 18 oktober 2001, nummer MW2001.41271 en 21 januari 2002, nummer MW220214 (bedoeld zal zijn nummer MW2002.2514).
In de brief van 18 oktober 2001 wordt geschreven dat op vrijdag 5 oktober 2001 aan het MKIC door omwonende gemeld zou zijn dat er op dat moment opruimwerkzaamheden op de autosloperij verricht worden. Uit de klachtenrapportage blijkt echter dat er op die bewuste dag er twee maal een melding aan het MKIC is gedaan met de omschrijving van overlast van lawaai en trillingen veroorzaakt door heftrucks, dieselstank veroorzaakt door heftrucks en lawaai door het slaan op autowrakken. De twee klachten zijn gemeld met vermelding van de respectievelijke tijdstippen 13.00 uur en 17.00 uur op 5 oktober 2001.
Het bezwaar richt dan ook met name op de volgende zin in deze voornoemde brief, hierbij als citaat:
Voormelde werkzaamheden/activiteiten kunnen overigens niet getoetst worden aan de voorschriften van de milieuvergunning van het bedrijf, omdat zij daarop geen betrekking hebben.
Mijns inziens is in de vergunning voorzien, middels verschillende voorschriften, op te kunnen treden tegen overtredingen zoals die op genoemde dag via het MKIC zijn gemeld.
In de brief van 21 januari 2002 schrijft de provincie ten aanzien van haar zienswijze op de handhaving van de milieuvoorschriften, hierbij als citaat:
Wel is waargenomen dat het bedrijf onderdelen aan het verplaatsen is naar een plek elders op het bedrijfsterrein. …. Ook de effecten van deze werkzaamheden dienen binnen de aan Rhenoy B.V. verleende milieuvergunning te passen.
De verschillende interpretaties van activiteiten op de autosloperij door het op taalkundige wijze karakteriseren of deze wel of niet binnen de voorschriften van de Afvalstoffenwetvergunning vallen maakt het handhaven van de milieuregels er niet duidelijker op.
2e Bezwaar:
In de beschikking wordt ingegaan op de destijds uitgevoerde geluidmeting en hermeting van alle activiteiten op de autosloperij. De provincie merkt op dat destijds gebleken is dat voldaan wordt aan de geluidsvoorschriften die betrekking hebben op het verrichten van werkzaamheden buiten de werkplaatsen en het gebruik van voertuigen op het buitenterrein van de inrichting. Vermeld wordt dat er destijds een motor-omkasting op de voertuigen is aangebracht.
Vervolgens wordt gemeld dat er van zichtbare uitlaatgasvorming van diesel en/of LPG geen sprake is.
Voorts wordt een vergelijking gemaakt met het geluid van de openbare weg en het geluid afkomstig van de autosloperij.
Tevens wordt opgemerkt dat het niet onmogelijk geweest is dat omwonenden geconfronteerd zijn geweest met duidelijk geluid afkomstig van activiteiten van een loonbedrijf ten noordwesten van Rhenoy B.V.
Het bezwaar richt zich, gelet op bovenstaande, op het feit dat de provincie Gelderland geen rekening houdt met het gewijzigde voorschrift 3.6. van de door haar verleende Afvalstoffenwetvergunning. Van bestuurlijke handhaving van dit gewijzigde voorschrift, gedaan door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraak op 11 mei 1995, no. G05.93.0576. in het belang van het milieu, is vanaf het moment van uitspraak tot op heden geen sprake geweest. De provincie maakt in de beschikking geen melding van de gevolgen voor de inrichting van de autosloperij die een dusdanig ingrijpende voorschriftwijziging met zich meebrengt.
Geluidmetingen en/of hermetingen hebben gelet op de destijds gedane uitspraak geen enkele betrekking. Anderzijds zijn alle genoemde geluidsactiviteiten die destijds gemeten zijn, verboden binnen dit op tekening nr D 0485-12-001-36 gebied.
Voorts hecht ik er waarde aan u te melden dat er meerdere voorschriften en/of beperkingen zijn die geregeld overtreden worden, waarvan melding wordt gedaan aan het Milieuklachten- en informatiecentrum van de provincie Gelderland.
Dit betreft meldingen over het pletten van autowrakken, het laden en lossen op het voorterrein, stank- en stofhinder, overschrijding van de sluitingstijden, vervuiling en visuele hinder.
Bij dit bezwaarschrift is bijgesloten:
het verzoek tot handhaving
beschikking
2 brieven genoemd in de beschikking
Hoogachtend,
Mevrouw P. van Steijn- van Iperen
_____________________________________________________________________________
Kort verslag van de hoorzitting d.d. 18 juni 2002 van Kamer 2 in verband met het bezwaarschrift in het kader van de Algemene wet van mevrouw P. van Steijn-van Iperen, d.d. 1 mei 2002, tegen het besluit van Gedeputeerde Staten d.d. 19 maart 2002, nr MW2002.6237, inzake milieuvergunning.
De Kamer is als volgt samengesteld:
voorzitter: mr. J.H. Koeleman
leden: K. Dikkema
R. Seegers
griffier: mr. H.J.M. Raaijmakers
bezwaarde: mevrouw P. van Steijn-van Iperen
dhr. M.H. van Steijn
namens Gedeputeerde Staten: B. Kolle, MW
namens derde-belanghebbende Rhenoy B.V. N. van Kessel
De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen welkom.Vervolgens geeft hij een korte uiteenzetting van de functie van de commissie en de procedure van de hoorzitting. Daags voor de zitting is namens de provincie nog een verweerschrift ingediend. Op dat stuk heeft bezwaarde, via haar zoon, de heer M. H. van Steijn, een schriftelijke reactie gemaakt, die ook overhandigd wordt, als pleitnotitie. Voor beide stukken wordt eerst een leespauze ingelast. De voorzitter wijst ook nog op twee andere -recentelijk binnen gekomen- stukken, te weten de beantwoording van vragen van de fractie van Groen Links aan Provinciale Staten en de uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak d.d. 1 3 januari 2000, inzake de afwijzing in beroep van een verzoek om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen tegen Rhenoy B.V.
De heer Van Steijn wijst op een tweetal passages op bladzijde 2 van het verweerschrift. Onder "b" wordt eerst gesproken over een verstoorde relatie tussen het bedrijf en zijn moeder en wordt vervolgens gesteld dat gedeputeerde Staten als bevoegd gezag "bij deze slechte burenverhouding betrokken zijn geraakt". Dit lijkt op laster aan het adres van zijn moeder. Ook elders in het verweerschrift wordt de schuld (opnieuw) bij haar gelegd. Deze toonzetting bevalt hen beiden niet en is ook ophitsend voor de autosloperij. Hij is door de heer Van Kessel zelfs al met de dood bedreigd.
De voorzitter merkt op dat deze -al heel lang lopende- zaak langzamerhand zijn zakelijke kanten begint te verliezen maar verzoekt het in deze zitting toch zakelijk te houden.
De heer Van Steijn onderstreept, onder verwijzing naar zijn bezwaarschrift, dat het enerzijds gaat om het controleren van voorschriften en anderzijds om het, door de provincie thans uitgelichte, voorschrift 3.6. Daarvan zegt de provincie dat dit niet overtreden wordt. Dat is volgens hem wel zo.
De voorzitter heeft uit de stukken opgemaakt dat er (volgens de voorschriften) tenminste twee en, bij klachten, soms wel zes tot acht keer per jaar wordt gemeten of de toegestane decibellen door het bedrijf worden overschreden. Van overschrijding is tot dusverre niet gebleken. Daarnaast is van belang dat, door toedoen van de Raad van State, vergunningsvoorschrift 3.6 is toegespitst ten aanzien van de plaats waar wel en waar geen lawaai mag worden gemaakt. Klopt het dat het "echte" lawaai in een loods plaatsvindt? De heer Van Kessel bevestigt dit en voegt er aan toe dat de ramen en deuren van die loods dicht blijven en bovendien niet in de richting van mevrouw Van Steijn staan.
De voorzitter vraagt hoe het nu precies zit met de zogenaamde "rode zone". Daar klopt het nodige niet van, aldus de heer Van Steijn. Volgens de provincie zou er bijvoorbeeld een hek rond die zone geplaatst zijn, maar dat is onjuist. In de beschikking en de ambtsberichten vindt hij ook niets terug van de veelvuldig ingediende klachten over zaken die zich illegaal binnen die zone afspelen. Volgens de Raad van State mogen zich binnen de "rode zone" geen herriemakende zaken afspelen maar dat gebeurt wel: bijvoorbeeld hameren, slijpen, schuren. De heftruck komt ook illegaal binnen die zone. Die voert autowrakken aan en dat brengt een enorme herrie mee. Een paar jaar geleden is het terrein afgegraven en zijn er Stelcon-platen gelegd. Die fungeren als klankkast als de wrakken worden neergegooid. De tuindeuren staan er soms van te trillen. Er mag volgens de milieuvergunning maar 45 d(B)a op de gevel staan, tussen 7.00 en 19.00 uur, en dan kun je niet met recht beweren dat, als je binnen trillingen hebt, bedoelde herrie beneden de 45 d(B)a blijft. Dat moet minstens 80 d(B)a zijn. Kortom, de provinciale metingen kloppen volgens hem niet.
De voorzitter zegt dat niets de bezwaarde belet om, bijvoorbeeld, zelf bureau TAUW in te schakelen om metingen te verrichten. De uitkomst van zo'n meting zal echter in een procedure alleen een rol kunnen spelen als de heer Van Kessel zich tevoren daaraan conformeert.
Mevrouw Van Steijn-Van Iperen merkt op dat zij met de autosloperij flink in haar maag zit. De heer van Steijn vindt dat de provincie hier faalt. In 1987 is de provincie bevoegd gezag geworden ten aanzien van autosloperijen. Op basis van opgestelde provinciale beleidsnota's zij ook daadwerkelijk zulke bedrijven gesaneerd, bijvoorbeeld in Wijchen. Met de autosloperij van de heer Story is dit echter niet gebeurd. Hier zal volgens de heer Van Steijn niet vreemd aan zijn dat de heer Story, naar het schijnt van 1983 tot 1992, namens de autoslopers in een provinciale autowrakkencommissie heeft gezeten. In 1993 kreeg het bedrijf een provinciale milieuvergunning.
De voorzitter merkt op dat die vergunning door de Raad van State nog is aangescherpt. Maar zij wordt niet nageleefd, volgens de heer Van Steijn.
Op een vraag van de voorzitter antwoordt mevrouw Van Steijn-Van Iperen dat de huidige woning in februari 1963 is gekocht. Hun vorige woning mocht niet verbouwd worden, vandaar de verhuizing. In oktober 1963 kwam echter de autosloperij naast hen. Daartegen is bij de toenmalige gemeente Geldermalsen bezwaar gemaakt, echter tevergeefs. Toen, in 1987, de provincie bevoegd gezag werd, is er een hoorzitting gehouden in verband met sanering van sloperijen, maar de gedeputeerde wist niets van de sloperij naast hen. Later hoorde ze van een provinciaal ambtenaar dat de heer Story sinds 1983 in de provinciale commissie zat. De sloperij-Story heeft haar hele leven vergald. Zij wordt zelfs met de dood bedreigd.
De heer Kolle brengt naar voren dat de provincie niets te verwijten valt. Door de betrokken toezichthouder wordt regelmatig gecontroleerd bij het bedrijf doch er is niets onregelmatigs geconstateerd. Naar aanleiding van klachten van de familie Van Steijn zijn ook metingen verricht, naar aanleiding van de laatste klacht heeft zelfs een meting door een professioneel bureau plaatsgevonden (het rapport zit bij de stukken). Ook daaruit is niets onregelmatigs naar voren gekomen.
De heer Van Kessel zegt dat zijn bedrijf, waarvan hijzelf eigenaar is (zijn broer en de heer Story zijn ook voor 1/3 eigenaar), altijd welwillend naar de buren is geweest. Met alle buren, behalve de familie Van Steijn, hebben ze een goede verstandhouding. Ze voldoen aan alle voorschriften. Ze zijn nu bezig met het voorbereiden van nieuwbouw ter plekke, die-inclusief een grote groenstrook meebrengt dat de zogenaamde "rode zone" helemaal is afgesloten. Zij hebben echter de indruk dat de familie Van Steijn hen, ondanks alle getroffen en nog te treffen maatregelen, toch helemaal weg wil hebben. Overigens is er volgens hem onduidelijkheid over de vraag wie er nu eerst was: de familie Van Steijn of het bedrijf.
Over het productieproces merkt de heer Van Kessel het volgende op. Er worden geen oude afgedankte auto's verwerkt, maar veelal jonge schade-auto's worden ontdaan van -nog waardevolle- onderdelen die kunnen worden hergebruikt. Dat demonteren gaat natuurlijk op een voorzichtige manier. De nog bruikbare onderdelen worden opgeslagen en verkocht. Het bedrijf mag geen wrakken pletten en doet dit dan ook niet, het heeft geen plet-apparaat. Ook geen shredder. Wel wordt het dak van de auto's ingeduwd om een kleiner volume te krijgen. Maar dat gebeurt op een andere plek op het terrein, ongeveer 100/150 meter verderop. De kale carrosserieën worden vervolgens opgehaald en elders verwerkt. Aanvankelijk was er met de familie Van Steijn een discussie over de vraag wat verkoopbare auto's waren en of die op een bepaalde plek mochten staan. Om die discussie te sluiten worden de verkoopauto's op een andere plek neergezet. Zo heeft het bedrijf allerlei veiligheidszones ingesteld om de buren zoveel mogelijk ter wille te zijn.
De voorzitter vraagt waar het lawaai precies vandaan komt. Dat zal, volgens de heer Van Kessel, komen van de heftrucks die auto's van buiten naar binnen rijden. Er zijn twee heftrucks, een op diesel en een op LPG. Het door deze trucks geproduceerde geluid is en wordt gecontroleerd door de provincie. Het bedrijf verwerkt, relatief gezien, weinig auto's. Er werken acht man. De klanten zijn autobedrijven, schadeherstelbedrijven en verzekeringsmaatschappijen. Ze werken slechts met een paar importeurs (automerken waarin ze gespecialiseerd zijn).
Wat betreft de zonering merkt de heer Van Kessel op, dat er niet alleen een "rode zone" is (verplicht gesteld door de provincie, aangescherpt door de Raad van State), maar nog een extra zone, door het bedrijf op eigen initiatief -onverplicht- aangebracht om nog meer veiligheid te bewerkstelligen. Dat is een zone waarin niet met heftrucks mag worden gekomen. Daaromheen is een stelling gebouwd. In de "rode zone" mag niet worden gehakt, gesneden en geslepen. Dat gebeurt ook al jaren niet meer. Die zone wordt gebruikt als tussenopslag van auto's. Er is een hek omheen gezet. Als er een keer een stuk uit een auto moet worden gezaagd, gebeurt dat beslist niet in de "rode zone".
De beschuldiging over bedreiging met de dood legt de heer Van Kessel naast zich neer; dit is beslist niet gebeurd. Hij hoopt nog steeds dat hij met de buren om de tafel kan gaan zitten om de zaak uit te praten. Mevrouw Van Steijn-Van Iperen zegt dat zij die bedreiging wel degelijk aan de politie heeft gemeld, maar dat die haar heeft aangeraden geen klacht in te dienen om de zaak niet verder te laten escaleren.
De heer Van Steijn krijgt, op zijn verzoek, nogmaals de gelegenheid in te gaan op de beschikking van Gedeputeerde Staten. Hij vindt dat uit die beschikking en de opgemaakte geluidsrapporten blijkt dat de provincie niet in staat is de voorschriften te controleren. De heftruck rijdt wel degelijk in de "rode zone". Verder probeert de provincie volgens hem zaken te verdraaien. Zo worden telefonisch gemelde klachten niet goed weergegeven. In de brief van 18 oktober 2001 wordt bijvoorbeeld ten onrechte gesproken over (gemelde) "opruimingswerkzaamheden". Daarvan was geen sprake. En op bedoelde werkzaamheden zouden de vergunningsvoorschriften volgens die brief geen betrekking hebben. In de brief van 21 januari 2002 daarentegen, waar eveneens wordt gerept van onderhoudswerkzaamheden (verplaatsing van onderdelen) wordt gezegd dat die werkzaamheden wel onder de vergunning vallen. Uit deze voorbeelden valt volgens hem te concluderen dat de provincie niet capabel is te controleren.
De heer Kolle zegt dat door de toezichthouder destijds contact is opgenomen met het bedrijf over de aard van de werkzaamheden en dat de uitkomst daarvan in de brief is vermeld. De heer Van Kessel merkt op dat er toen sprake was van meerdere werkzaamheden. Een Romneyloods, die vol onderdelen zat, is met de heftruck leeggehaald om er vervolgens een vloer in te leggen. Wellicht is het transporteren van de onderdelen en het opruimen de reden geweest voor dit communicatieverhaal. Maar ook hier ging het om het rijden met de heftruck. En ten aanzien daarvan worden de voorschriften nageleefd. Opvallend was dat er een keer een klacht binnenkwam toen, toevallig, de provinciale controleur op het bedrijfsterrein was, samen met enkele anderen, en dat er toen hoegenaamd geen activiteiten plaatsvonden. Anders gezegd: niet elke klacht is een reële klacht.
De voorzitter vraagt aan mevrouw Van Steijn of zij wel eens een bezoek heeft gebracht aan het bedrijf. Dat is alleen in het begin gebeurd, aldus mevrouw Van Steijn.
De heer Van Kessel zegt nog steeds "in" te zijn voor een gesprek. Overigens staat hij ook open voor een eventuele verplaatsing van het bedrijf, als iedereen (gemeente en provincie incluis) daar aan wil meewerken.
De voorzitter sluit vervolgens de vergadering
Arnhem, 11 juli 2002
Advies van Kamer 2 aan Gedeputeerde Staten in verband met het bezwaarschrift in het Kader van de algemene wet bestuursrecht van mevrouw P. van Steijn-van Iperen, d.d. 1 mei 2002, tegen het besluit van Gedeputeerde Staten d.d. 19 maart 2002, nr MW2002.6237, inzake milieuvergunning.
Voor de inhoud van het bestreden besluit en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen, voor de bezwaren en voor het verweer dat namens Gedeputeerde Staten is gevoerd, verwijst de Kamer naar de terzake overgelegde stukken.
Het bezwaarschrift is behandeld in de vergadering van de Kamer d.d. 18 juni 2002, alwaar bezwaarde en haar vertegenwoordiger en vertegenwoordigers van Gedeputeerde Staten en derdebelanghebbende Rhenoy B.V. hun standpunten hebben toegelicht, Kortheidshalve verwijst de Kamer naar het bijgevoegde versiag van de hoorzitting.
De Kamer overweegt als volgt.
Het bezwaarschrift van.1 mei 2002, ingekomen 3 mei 2002, is gericht tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van 19 maart 2002, verzonden op 25 maart 2002, nr. RE2001.50082. Bij dit besluit hebben Gedeputeerde Staten een verzoek van bezwaarde om de milieuvergunning van Rhenoy B.V. te Rhenoy in te trekken, afgewezen.
Het bestreden besluit is genomen op grond van de artikelen 18.14 tot en met 18.16 van de Wet Milieubeheer. De grond voor de afwijzing is gelegen in de omstandigheid dat namens de provincie, ondanks herhaalde controlebezoeken en daarvan opgemaakte rapporten, geen overtreding van de vergunningsvoorschriften is geconstateerd.
Bezwaarde, mevrouw van Steijn-Van Iperen, voert tegen deze beschikking de volgende bezwaren aan:
a. de verschillende interpretaties van activiteiten op de autosloperij door het op taalkundige wijze karakteriseren of
deze wel of niet binnen de voorschriften van de Afvalstoffenwetvergunning vallen maakt het handhaven van de
milieuregels er niet duidelijker op;
b. de provincie heeft geen rekening gehouden met het in beroep gewijzigde voorschrift 3.6 van de vergunning. Van
bestuurlijke handhaving van dit gewijzigde voorschrift is tot op heden geen sprake geweest. Geluidsmetingen
hebben op de destijds gedane uitspraak geen betrekking.,
c. tegen opruimwerkzaamheden op de autosloperij, waarvan Gedeputeerde Staten van mening zijn dat die niet
getoetst kunnen worden aan de voorschriften van de vergunning, kan door middel van verschillende voorschriften
worden opgetreden. Dit geldt ook voor het verplaatsen van onderdelen op het bedrijfsterrein;
d. meerdere voorschriften en/of beperkingen worden overtreden. Deze zijn ook aan het Milieuklachten- en
informatiecentrum (MKIC) gemeld. Dit betreft het pletten van autowrakken, het laden en lossen op het voorterrein,
stank- en stofhinder, overschrijding van de sluitingstijden, vervuiling en visuele hinder.
Mede gelet op het namens Gedeputeerde Staten toegestuurde verweerschrift en het verhandelde in de hoorzitting overweegt de Kamer als volgt.
In de eerste plaats heeft de Kamer vastgesteld dat het bezwaarschrift tijdig is binnengekomen en ook overigens aan de formele eisen voor indiening voldoet. Het is derhalve ontvankelijk.
In vergunningsvoorschrift 3.6, waarop bewaarde zich in het bijzonder richt, staat dat geen hinderlijke of geraasmakende werkzaamheden mogen worden uitgevoerd in de rood omlijnde zone. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geenszins die gehele strook (de zgn. rode zone) bedoeld als terrein gedeelte waar niet met een takelwagen of heftruck gereden mag worden. Zij heeft in haar beslissing van 31 mei 1995, nr. G.05.93.0576, bepaald dat op het terrein tussen de langs de erfscheiding gelegen open loods en de werkplaats/opslagruimte niet met de twee heftrucks mag worden gereden. Dit is een meer beperkte ruimte dan ten aanzien van het verrichten van werkzaamheden in de zogenaamde rode zone. Gedeputeerde Staten hebben bezwaarde bij brief van 27 april 1998 uitleg gegeven over het gebruik van voertuigen binnen de rode zone. Overigens is deze zone door de directie van Rhenoy B.V. -als extra voorziening- met een hekwerk afgesloten.
Niet gebleken is dat bij de werkzaamheden die met de twee heftrucks gebeuren (verplaatsen van auto's en auto-onderdelen), binnen de door de Raad van State verboden zone wordt geopereerd en/of de voor het bedrijf maximaal toegestane geluidsgrenzen worden overschreden. Diverse metingen -recentelijk ook nog op 17 april 2002- hebben geen overschrijding aan het lichtgebracht.
Ook overigens is de Kamer niet gebleken dat het bedrijf de vergunningsvoorschriften zou overtreden.
De bewaren zijn dan ook ongegrond.
ADVIES
De Kamer adviseert de bezwaren ongegrond te verklaren.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Gedeputeerde Staten provincie
Gelderland
Bezoekadres Postadres
Huis der Provincie Posbus 9090
Markt 11 6800 GX Arnhem
Arnhem
telefoon (026) 359 91 11
telefax (026) 359 94 80
e-mail post@gelderland.nl
internet www.gelderland.nl
Mevrouw P. van Steijn- van Iperen
Dorpsstraat 8
4152 EP RHENOY
datum nummer
20 augustus 2002 MW2002.6237
onderwerp
Handhaving (MW/AFV)
Beslissing op bezwaarschrift
Geachte mevrouw Van Steijn,
Bij besluit van 19 maart 2002, nr.MW2002.6237, hebben wij uw verzoek van 11 februari 2002 om de milieuvergunning van Rhenoy B.V. in te trekken, afgewezen.
Door u is bij brief van 1 mei 2002, ontvangen op 3 mei 2002, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht.
Het bezwaarschrift is behandeld in Kamer 2 van de Commissie bezwaar- en beroepschriften op 18 juni 2002. Op 23 juli 2002 heeft de Kamer een schriftelijk advies uitgebracht. Het verslag van de zitting en het advies van de commissie treft u bijgevoegd aan.
Ontvankelijkheid bezwaarschrift
Het bezwaarschrift is binnen de wetteiijke termijn en bij het juiste bestuursorgaan ingediend. Daarnaast voldoet het bezwaarschrift aan de eisen die daaraan op grond van de Algemene wet bestuursrecht zijn gesteld. Het bezwaarschrift is derhalve ontvankelijk zodat wij het besluit dienen te heroverwegen.
Advies commissie
De commissie is van mening dat niet is gebleken dat bij de werkzaamheden, die met de heftrucks geschieden, binnen de door de Raad van State verboden zone wordt geopereerd en/of de voor het bedrijf maximaal toegestane geluidsgrenzen worden overschreden. Diverse metingen - recentelijk nog op 17 april 2002 - hebben geen overschrijdingen aan het licht gebracht.
Voorts is de Kamer niet gebleken dat het bedrijf de vergunningvoorschriften zou overtreden. De Kamer adviseert de bezwaren ongegrond te verklaren.
Besluit
Wij hebben het advies van de commissie overgenomen en besloten de bezwaren ongegrond te verklaren.
Een afschrift van deze beschikking, die u zowel aangetekend als per gewone post zal bereiken, is gezonden aan Burgemeester en Wethouders van Geldermalsen, VROM-Inspectie regio Oost, de officier van justitie te Arnhem en de plaatselijke politie.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Commissaris griffier
van de Koningin H 121.3
Moqelijkheid van beroep en voorlopige voorziening
Belanghebbenden kunnen ingevolge de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum van bekendmaking van dit besluit hiertegen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage, door het indienen van een beroepschrift. Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en tenminste te bevatten:
· de naam en het adres van de indiener.,
· de dagtekening,
· een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht,
· de gronden van het beroep.
Als een beroepschrift is ingediend, kan aan de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden verzocht een voorlopige voorziening te treffen, indien - gelet op de betrokken belangen - onverwijlde spoed dat vereist. Voor het behandelen van een verzoek om voorlopige voorziening en het beroepschrift wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van dit griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de genoemde afdeling van de Raad van State, telefoon (070) 426 44 26.
inlichtingen bij dhr. B.A.M. Kolle doorkiesnr. 359 99 47
_____________________________________________________________________________
Mw. P. van Steijn- van Iperen
Dorpsstraat 8
4152 EP Rhenoy
www.rhenoy.com
info@rhenoy.com
AANTEKENEN
Afdeling Bestuursrechtspraak
van de Raad van State
Postbus 20019
2500 EA Den Haag
inzake: Van Steijn- van Iperen / Gedeputeerde Staten van Gelderland.
Beroep tegen besluit GS Gelderland, nr MW2002.6237, dd. 30 augustus 2002,
afwijzing handhaving van milieuvergunning. .
Rhenoy, 8 oktober 2002
Beroepschrift van mevrouw P. van Steijn- van Iperen, woonachtig Dorpsstraat 8,
4152 EP te Rhenoy.
Verweerders zijn Gedeputeerde Staten van Gelderland, postbus 9090, 6800 GX te Arnhem.
Hierbij komt ondergetekende in beroep tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland van 30 augustus 2002, nr MW2002.6237, op het verzoek van 11 februari 2002 met betrekking tot het intrekken van de Afvalstoffenwetvergunning, nr MW91.6465.6021081, dd. 26 januari 1993. Een kopie van deze beslissing is aangehecht aan dit beroepschrift.
Procedure
Binnen een termijn van ten hoogste 14 weken dient een besluit te worden genomen op het ingediende bezwaarschrift. De beschikking had voor 8 augustus 2002 moeten worden genomen. De beschikking is zaterdag 31 augustus binnen gekomen.
Gronden van het beroep
Het beroep richt zich op het feit dat de provincie Gelderland in haar beschikking (verweerschrift en andere brieven) stelt dat in de rode zone alle geraasmakende autosloop activiteiten niet-limitatief kunnen plaats vinden. Verder gaat zij niet in op overtredingen met betrekking tot andere voorschriften in de milieu vergunning.
Bijgesloten wordt een verkort verslag van de vaak telefonisch aan het MKIC gemelde klachten/overtredingen opgestuurd. Het gaat hierbij om de gevolgen van gemelde activiteiten als stank en lawaai en trillingen. Deze worden vaak veroorzaakt door het pletten van autowrakken; dieselstank van heftrucks en vrachtauto's; het gooien van autowrakonderdelen in containers; het slaan of hakken met een moker op autowrakken; het doorzagen van autowrakken; het verslepen van containers, autowrakken en andere onderdelen met meerdere heftrucks e.d. Een aantal voorschriften die in de vergunning relevant zijn met betrekking tot deze directe overlast en overtredingen zijn: 2.1; 3.6; 3.12. 3.25; 3.24 en 3.21. Dit is nog een beperkte opsomming als het gaat om visuele hinder; vervuiling door stofdeeltjes en verdamping van oliën en andere schadelijke stoffen.
Zoals in het bezwaarschrift van 1 mei 2002 werd opgemerkt is het door de Raad van State gewijzigde voorschrift 3.6 voor de provincie Gelderland tot op heden nimmer aanleiding geweest om de hierbij bedoelde zone te beschouwen als een geluidgevoelig gebied. Dit getuigen de brieven van 18 oktober 2001, 21 januari 2002 en het ambtsbericht, hierbij tevens bijgesloten. De suggestie dat het gebied zou zijn gemarkeerd door een hekwerk is onjuist. Dat werknemers niet in verleiding komen om in dit gebied werkzaamheden te verrichten is onjuist. Dat er opruimwerkzaamheden (bedoeld zal zijn het gooien van autowrakonderdelen in containers binnen de rode zone) zouden plaats vinden ten behoeve van de voorgenomen plaatsing van een nieuwe bedrijfshal is onjuist.
De suggestie, gedaan aan het statenlid mevrouw S. van der Arend van de fractie GroenLinks, dat bewerkingsactiviteiten van slechts enkele schadeauto's inpandig plaats vindt en buiten slechts opslag van auto's en auto-onderdelen is niet de waarheid.
De opmerking van de heer Kolle aan mevrouw S. van der Arend dat vanaf de verlening in 1993 tot 1998 overtredingen van de milieuvergunning hebben plaats gevonden is bevreemdend en zeer schrijnend mede gezien in het licht van bij de Raad van State gevoerde gerechtelijke procedures, zowel met betrekking tot de vergunning verlening als de handhaving ervan. In die genoemde periode is ten overstaande van de Raad van State door provincie Gelderland altijd verklaard dat er nooit overtredingen hebben plaats gevonden. Net zoals dat nu ook weer gebeurd.
Conclusie
Gelet op de aanhoudende overtredingen van de milieuvergunning en de door de provincie Gelderland gevoerde procedure tot op heden verzoek ik uw Afdeling het beroep gegrond te verklaren en de thans bestreden beslissing in voorlopige voorziening te vernietigen.
Mevrouw P. van Steijn- van Iperen
Appellante behoudt zich het recht voor de bovenstaande gronden nader aan te vullen en/of toe te lichten.
Naast het verzoek tot handhaving en het bezwaarschrift, zijn bij het beroepschrift bijlagen van alle stukken die Gedeputeerde Staten van Gelderland bij de thans gevoerde procedure heeft ingediend ter ondersteuning van haar in geding zijnde beschikking.
Bijlagen:
- brief GS Gelderland 24 oktober 2001, nr. MW2001.41271
- brief GS Gelderland 29 januari 2002 , nr. MW2002.2514
- verzoek tot handhaving, 11 februari 2002
- beschikking nr. MW2002.6237 GS Gelderland, 25 maart 2002
- bezwaarschrift 1 mei 2002
- uitnodiging hoorzitting, MW2002.20172, 5 juni 2002
- ambtsbericht MW2002.20172, 11 juni 2002 / reactie op vragen statenlid mw. S. van der Arend, MW2002.23151,
11 juni 2002
- brief GS Gelderland 27 april 1998/ 13 mei 1998
- pleitnotitie mw. P. van Steijn- van Iperen / reactie op ambtsbericht t.b.v. hoorzitting 18 juni 2002
- uitspraak van de Raad van State, nr. EO3.98.0605
- kort verslag van de Bezwaarschriften Commissie, 18 juni 2002
- verzoek tot heropening van uitspraak Raad van State, nr. EO3.98.0605
- laatste beschikking GS Gelderland, 30 augustus 2002, nr. MW2002.6237
- gemelde overtredingen MKIC Gelderland, periode 2001 - 2002
- verslag hoorzitting bezwaarschriftencommissie 18 juni 2002