Pleit Gelderland

Pleitnota, mr.  R.J. Rigterink namens Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland


Zitting van 25 april 2003 om 11.30 uur bij de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State, Kneuterdijk 22 te Den Haag, inzake Rhenoy B.V.-Dorpsstraat 1 0 versus Gedeputeerde Staten van Gelderland, nummer 20020540711/M1.


(Mevrouw de) Voorzitter en leden van de afdeling,

Zoals uit de inmiddels aan u verzonden stukken blijkt, voert de familie Van Steijn reeds jaren met gedrevenheid strijd tegen de aanwezigheid van het autodemontagebedrijf Rhenoy B.V. aan de Dorpsstraat 2 en 1 0 te Rhenoy.  De inspectie van de Volksgezondheid, verschillende ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) en de officier van justitie in Arnhem zijn in het verleden door de familie Van Steijn benaderd.  De hiervoor genoemde instanties en ambtsdragers hebben tot op heden nimmer aanleiding gezien de klachten van de familie Van Steijn tegen het bedrijf gegrond te achten.  De verhouding tussen het bedrijf en appellanten is in ernstige mate verstoord.

Gedeputeerde Staten zijn als bevoegd gezag voor wat betreft het verlenen en handhaven van de aan Rhenoy B.V. verleende milieuvergunning bij deze slechte burenverhouding betrokken geraakt.  Dit heeft geresulteerd in een buitenproportioneel tijdsbeslag op de dienst Milieu en Water.  De handhavingsinspanningen van Gedeputeerde Staten en het steeds weer zorgvuldig onderzoeken van ingediende en daarna weer door bestuurlijke rechters ongegrond verklaarde bezwaar- en beroepschriften tegen afwijzing van handhavingsverzoeken zal bij de familie Van Steijn niet leiden tot de overtuiging dat het bedrijf overeenkomstig haar vergunning in werking is.  Dat is nu wel gebleken.

Korte schets handhavingsgeschiedenis

Tegen de door Gedeputeerde Staten op 26 januari 1993 aan Rhenoy B.V. verleende milieuvergunning is destijds schorsing/voorlopige voorziening en beroep gevraagd/ingesteld door de familie Van Steijn.  De schorsing is door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van -de Raad van State afgewezen, terwijl in beroep een vergunningvoorschrift is aangepast.  Voor het overige is het beroep ongegrond verklaard.
Een daarna ingediend handhavingsverzoek van appellant is op 8 november 1993 door Gedeputeerde Staten afgewezen.  Deze afwijzing is wederom door de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak in voorlopige voorziening in 1994 en daarna in beroep door de Afdeling terecht bevonden.
Ook de president van de Rechtbank te Arnhem heeft op 13 november 1996 in kort geding een handhavingsverzoek van de familie van Steijn ongegrond verklaard.
Op 1 1 februari 2002 is wederom door appellant een handhavingsverzoek ingediend.  De afwijzing van dit verzoek door Gedeputeerde Staten op 1 9 maart 2002 werd gevolgd door een bezwaarschrift van appellant op 1 mei 2002, welke door Gedeputeerde Staten op 20 augustus 2002, conform het advies van de Commissie bezwaar- en beroepschriften ongegrond werd verklaard.  Tegen deze ongegrondverklaring volgde een beroepschrift waarvoor wij nu hier aanwezig zijn.

De vele klachten van de familie Van Steijn en de daaruit voortvloeiende rechtsgangen vormden voor het management van de onderafdeling Afvalverwerking van de dienst Milieu en Water een reden het toezicht op Rhenoy B.V. toch te intensiveren.  Reeds jaren wordt het bedrijf vaker bezocht dan andere, tot dezelfde bedrijfstak behorende en onder provinciaal bevoegd vallende inrichtingen.  De bij deze bedrijfsbezoeken geconstateerde overtredingen zijn niet talrijk en van een andere aard dan de vermeende overtredingen waarover door de familie Van Steijn wordt geklaagd.  In geval van een overtreding wordt deze binnen de afgesproken termijn door het bedrijf opgeheven.

U bent reeds in het bezit van de antwoorden d.d. 11 juni 2002 van de voorzitter van de Provinciale Staten van Gelderland, dhr.  J. Kamminga, aan Provinciale Staten, met betrekking tot de provinciale inspanningen betreffende handhaving van milieuwetgeving bij Rhenoy B.V. De conclusie van de voorzitter, die is overgenomen door Provinciale Staten, is dat Gedeputeerde Staten de handhaving bij deze inrichting op meer dan adequate wijze uitvoeren.

Zoals wij u hebben bericht staat er geen hekwerk meer rond de z.g. rode zone.  Deze fysieke afscherming is destijds vrijwillig door Rhenoy B.V. geplaatst om te voorkomen dat bezoekers van de inrichting aan de wrakken zouden gaan sleutelen.  De afscherming is thans zelfs groter dan het gebied van de rode zone
Dit houdt echter niet in dat binnen de rode zone werkzaamheden mogen worden verricht.  Dit verbod blijft gelden en overtreding daarvan is nimmer geconstateerd.  In de zone is een rijrichting bepaald voor de heftrucks, die wrakken verplaatsen naar buiten de rode zone.  Dit om overlast te voorkomen naar het perceel Dorpsstraat 8, waar mevr.  Van Steijn woonachtig is.
Gedeputeerde Staten hebben met het oog op een juiste klachtenbehandeling op 17 april 2002 een geluidsimmissie bij Rhenoy B.V. laten uitvoeren.  De conclusie van dit rapport, dat in uw bezit is, is dat de geluidsniveaus van beide heftrucks niet worden overschreden.  Ook dit gegeven mocht echter niet baten: bezwaar en beroep werden ingediend.

Gelet op het bovenstaande, waaruit wederom een zorgvuldige handhaving van de milieuvergunning van Rhenoy B.V. blijkt, verzoeken Gedeputeerde Staten u het ingediende beroepschrift ongegrond te verklaren.

Mr. R.J. Rigterink, handhavingsjurist onderafdeling Afvalverwerking dienst Milieu en Water van de provincie Gelderland.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Reactie Rhenoy B.V. inzake ingediend verzoek van de fam.  Van Steijn aan Gedeputeerde Staten van Gelderland om de milieuvergunning in te trekken (handhavingsverzoek).  Betreft zaaknummer 2002 054 07/1/MI.  Openbare zitting Afd. bestuursrechtspraak Raad van State op 25 april 2003

1. Hekwerk/Heftrucks/Rode zone
Er staat en er heeft altijd een hekwerk gestaan rond de rode zone.
Dit hekwerk heeft nooit op de grenslijn van de rode zone gestaan omdat er altijd met een veiligheidsmarge wordt gewerkt bij ons bedrijf als het gaat om geschillen met de buren'te voorkomen.
Discussiepunten worden dan immers zoveel mogelijk vermeden.
In eerste instantie stond er een hekwerk dat bestond uit HERAS bouwhekken die waren opgesteld rond de rode zone (met veiligheidsmarge).

Dit hekwerk is later vervangen door een vast hekwerk dat thans een veel groter gebied omvat dan het oorspronkelijke.  Daardoor verwachten wij geen discussies meer ten aanzien van dit punt.

Het gebruik van heftrucks in de rode zone is niet verboden behalve in het stuk tussen de open loods en de werkplaats/opslagruimte.  Dit gedeelte is vol gezet met stellingen en kan feitelijk ook niet bereikt worden met de heftrucks.
De zone is alleen bedoeld als verbod daarin werkzaamheden te verrichten zoals genoemd in de vergunning.  En dat gebeurt ook niet en is ook nimmer door de provincie geconstateerd.

De heftrucks zijn in gebruik overeenkomstig de vergunningvoorschriften.  Een geluidsemissierapport van 17 april 2002 opgesteld door de dienst Milieu en Water van de provincie bevestigt dit.

2. Melding 28 januari 2002
Ik kan u melden dat die bewuste ochtend van 28 januari 2002 de handhaven van de provincie tezamen met twee toezichthouders van het Zuiveringsschap Rivierenland op ons terrein aanwezig waren om situaties te bekijken.  Ikzelf en in ieder geval de toezichthouder van de provincie hebben geen activiteiten buiten waargenomen en wij zijn daar toch vanaf ongeveer 1 1.00 tot ongeveer 12,00 uur, wellicht later, geweest.  Mochten er enigszins activiteiten hebben plaatsgevonden op het genoemde tijdstip dan zouden wij dat zeker hebben opgemerkt.

Wat betreft het weerrapport het volgende- Matige regen met een vrij krachtige tot stormachtige wind op een dag in januari voelt niet prettig aan en ik kan u ook verzekeren dat het die dag door alle vier de personen als koud en guur werd ervaren.

3. Relatie met klagers
Het is voor ons bedrijf moeilijk om tegemoet te komen aan de vermeende bezwaren van de familie van Steijn simpelweg omdat iedere vorm van communicatie wordt afgewezen.  Iedere situatie of gebeurtenis, kennelijk hoe gering ook, wordt aangegrepen om een rechtszaak te starten terwijl, als er al iets aan de hand zou zijn, het waarschijnlijk in
overleg snel opgelost zou kunnen worden.  Zelfs in het tv-programma "Buren" moesten wij destijds verantwoording afleggen over situatie's die wij niet herkennen.

In diverse zittingen, bij de provincie als bij de Raad van State, is er bereidheid van onze kant getoond om tot overleg te komen omtrent de problemen zoals die er liggen, maar telkens weer werd dit afgewezen.  De Voorzitter van de provinciale Bezwaren- en Beroepscommissie was in 2002 van mening dat deze zaak na zo veel jaren zo langzamerhand zijn zakelijke kant begint te verliezen.

Nog steeds zijn wij bereid om samen naar oplossingen te zoeken.  Want altijd horen wij via de provincie dat er klachten waren, die wij daarna nimmer meer kunnen staven.


Algemeen
Voor ons als bedrijf staat het als een paal boven water dat wij werken conform de gestelde eisen.  Dat is ook steeds uit de vele controles van de provincie gebleken.

Verder rest mij nog te zeggen wat wij altijd bereid zijn om een gesprek aan te gaan en dan onze toekomstige bedrijfsplannen eens met de familie van Steijn door te spreken waardoor we wellicht op voorhand al problemen kunnen voorkomen.


Directie Rhenoy B.V.
N. van Kessel



Rhenoy, 25 april 2003