Raad van State
Raad van State/Provincie Gelderland/Handhaving Milieuvoorschriften
Documenten: (klikbaar)
__________________________________________________________________________________
Document 1.
pleitnotitie mw. P. van Steijn-Van Iperen
dd. 23-7-1999 Raad van State te Den Haag
Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State
zitting vrijdag 23.07.1999 te 11.30 uur
inzake
P. Van Steijn-Van Iperen
tegen
Gedeputeerde Staten van Gelderland
E03.98.605
***************************************************************************
Geacht College,
aanhouding van de behandeling ter zitting
1. brief 1 juli 1999, van Mr. F. van der Brug over aanhouding
toelichting
2. Ik maak als belanghebbende terzake graag gebruik van de gelegenheid om mijn belang en pleit over het
niet behartigen door de Provincie Gelderland van mijn belangen in het stoppen van de overlast die ik heb
van deze autosloperij.
Een korte toelichting over de achtergronden van de geschillen, gevolgd door de procedure van heden.
Als burger had ik 35 jaar geleden nog alle vertrouwen in de overheid inzake de behartiging van mijn
belangen.
Toen ik in 1963 mijn woning wilde renoveren, leek het dat gemeente Geldermalsen het beste met mij voor
had door mij een bouwvergunning aan te bieden voor een nieuw te bouwen woning in een zeer mooi
woongebied, officieel omschreven als ‘met landschappelijke waarde’.
illegale sloperij
3. Ik was geshockeerd toen een autosloper op het perceel, vlak naast mijn woning, vol liet rijden met
autowrakken. Deze illegaal geplaatste autowrakken in het woongebied met landschappelijke waarde
mochten van de gemeente blijven.
De toenmalige burgemeester de heer W. Baris maakte dit tijdens een hoorzitting duidelijk met zijn
uitspraak:
“Als jij naar de Raad van State durft te gaan, dan ga ik persoonlijk de belangen van de heer Bert Story
behartigen”.
wijziging bestemmingsplan
4. De belangen van deze autosloperij zijn in de afgelopen 35 jaar goed behartigd. Omdat er toen en nu in
een woongebied geen autosloperijen gevestigd mogen zijn, en dit toen ook volgens het vigerend
bestemmingsplan illegaal was, is er een gedeeltelijke wijziging van het bestemmingsplan doorgevoerd om
de autosloperij direct naast mijn woning te kunnen legaliseren.
overlast
5. De overlast die ik nu en in de afgelopen 35 jaar overdag, ‘s avonds en in het weekend heb, is de
volgende:
lawaai overlast
Een ontzettend lawaai door het ophijsen en laten vallen van autowrakken op het terrein en tijdens het laden
en lossen op vrachtwagens.
Het lawaai van het pletten van wrakken.
Het gooien van ijzeren onderdelen in ijzeren containers en kooien.
Het slaan van mokers op de wrakken tijdens het slopen van deze wrakken.
Het lawaai van het rijden door heftrucks en terreinwagens door het slepen over de grond met wrakken
en onderdelen, en dit over het gehele terrein.
Het dreunende lawaai van de draaiende motoren van de heftrucks en de terreinwagens en vrachtwagens
op het gehele terrein.
Het snerpende en het door merg en been gaande lawaai van zaagmachines die hele autowrakken
doorzagen
stank
Stank van de rook bij het uitbranden en slopen van de wrakken.
Olie- en dieselstank die jaren lang uit de motoren en wrakken de grond in geloosd wordt.
De stank van de uitlaatgassen van de draaiende motoren van de rijdende heftrucks, terreinwagens en
vrachtwagens over het gehele terrein.
De stank van de verdamping van de vluchtige stoffen van de wrakken.
Stank en vervuiling door de vluchtige stofdeeltjes van de sloperij.
Aan al deze overlast is tot op de dag van vandaag niets veranderd.
provinciale oplossing en beleid van deze overheid
6. Hierbij volgt een aantal voorbeelden, uit de grote reeks van gebeurtenissen uit de afgelopen jaren, die
exemplarisch zijn voor het handelen en het milieubeleid van de overheid.
Jarenlang heb ik overlast gehad van oliestank in mijn huis, en riolering. De gemeente had, met
toestemming van de provincie de oplossing waaraan ik moest meewerken.
Gedurende meer dan twee jaar werd de aansluiting van de riolering op mijn huis van het openbare riool
afgesloten en werd de lozing van het riool gedaan op de sloot voor mijn huis.
Daarna werd ik gedwongen om door middel van een riool en septie-tank, die er nu nog altijd is, deze
lozing toe te passen. Hiermee zou de oliestank weg moeten gaan.
Een ander typerend voorbeeld is dat, de toenmalige eigenaar en vergunninghouder van de autosloperij,
op de erfafscheiding van zijn en mijn terrein, illegaal een oude caravan liet plaatsen, waarin twee
autoslopers jarenlang hebben gewoond. Door de persoonlijke inspanning van de voormalige
Commissaris van de Koningin van provincie Gelderland, de helaas te vroeg overleden Mr. de Bruin, is
aan deze mensonwaardige situatie een eind gemaakt. Daarmee was ook de oliewalm afkomstig van
hun primitieve oliekachel en kookfornuis, die mijn woning binnendrong, weg.
recht door bestuursrecht
7. Het officiële provinciale beleid voor geluidswanden noodzakelijk bij geluidoverlast van deze autosloperij,
die ondanks de voorbeeld functie die de sloperij geniet voor de gehele provincie Gelderland een
geluidswand te moeten plaatsen, werd uitgevoerd door acht ijzeren zogenaamde zeecontainers illegaal
te plaatsen op de erfafscheiding van de sloperij en mijn terrein.
In deze ijzeren zeecontainers werd door de sloper de gehele dag oud ijzer gegooid en uit- en in gesleept.
De bestuursrechter te Arnhem heeft daarna beslist dat aan deze illegaliteit, toegestaan door de provincie
Gelderland en de gemeente Geldermalsen, een eind moest komen.
Onder dwang van dit gerechtelijk vonnis heeft de sloperij deze zeecontainers annex geluidwand moeten
weghalen.
belangenbehartiging
8. Ik was verbijsterd toen ik op een hoorzitting voor de sanering van autosloperijen in de provincie
Gelderland van de heer Rosen, ambtenaar van de provincie Gelderland voor de belangenbehartiging van
autosloperijen voor woonwagenbewoners in de provincie, hoorde dat de heer Story, de eigenaar van de
autosloperij, bij de provincie aan tafel zat om zijn eigen belangen van zijn sloperij te behartigen. Dit kon hij
doen doordat de provincie hem officieel zitting liet nemen in de Project Groep Autowrakkenplan van
Gelderland. Ik werd van dit feit op de hoogte gebracht door een officieel in deze werkgroep aangestelde
ambtenaar.
provinciaal milieubeleid
9. Dat deze formele zittingschap bij de provincie Gelderland tot een corrumperend en
belangenverstrengelend beleid geworden was, is mij onder andere duidelijk geworden door de
opmerking van de heer Story zelf: “Jij doet maar, want ik win toch alle processen”.
Het was mij duidelijk geworden waarom er nooit eerder naar mijn klachten door de provincie Gelderland
was geluisterd en dat tot vandaag ook nooit is gebeurd.
Daarom begrijpen wij nu ook dat er door de heer B.A.M. Kolle, hoofd van de afdeling Milieu en Water van
de provincie Gelderland, in zijn brief van 16 mei 1997 aan mijn advocaat schrijft:
‘Ten slotte zijn wij van mening dat de jarenlange strijd van uw cliënte tegen het bedrijf Rhenoy B.V. een
disproportioneel tijdsbestek legt en heeft gelegd op de ambtenaren van onze dienst Milieu en Water.
Hiermee is geen enkel belang gediend. Helaas heeft onze inzet bij uw cliënte niet tot de overtuiging
kunnen leiden dat het bedrijf overeenkomstig de door ons verleende Wet Milieubeheervergunning
werkzaam is.
Ten aanzien van de in deze beschikking genoemde punten beschouwen wij de discussie met uw cliënte
als gesloten. Wij verzoeken u hiervan goede nota te nemen’.
hopeloos en hulpeloos
10. Dus klachten melden mag niet meer en heeft formeel ook geen enkele zin meer. En omdat de overlast
van lawaai en stank die wij al hadden alleen nog maar erger werd door het open zijn van de sloperij ‘s
avonds en in het weekend, kon ik niet anders dan waar ook in Nederland proberen om bij het
onafhankelijk milieurecht mijn recht te zoeken.
Het is toch te gek voor woorden dat er door een van mijn zoons als een politieagent met videocamera
opnamen moet maken van de overtredingen van de voorschriften aan de door de provincie Gelderland
verleende vergunning omdat de toezichthouders van de provincie dat weigeren.
ongelooflijk
11. Na jarenlang video-opnamen te hebben gemaakt van overtredingen van de sloperij, werd er na lang en
veelvuldig aandringen door ons bij de provincie naar dit videomateriaal gekeken en werd er door de
provincie erkend dat daadwerkelijk veelvuldig overtredingen waren gemaakt.
Wij kunnen onze ogen dan ook niet geloven dat er in de brief van de heer B.A.M. Kolle van 26 februari
1996 het volgende geschreven staat: ‘Ondanks het feit dat door de betreffende toezichthouders nooit
overtredingen zijn geconstateerd ten aanzien van Uw bedrijf, betreuren wij te moeten constateren dat,
blijkens de getoonde video-opnamen, de werkelijkheid kennelijk anders is.’
hoe bitter is....
12. Natuurlijk werden de bewijzen van de geconstateerde overtredingen door de heer B.A.M. Kolle weer
van de tafel geveegd. Tijdens een geheime vergadering op 14 april 1997, waarbij alleen de heer
Story en ambtenaren van provincie Gelderland aanwezig waren, werden de overtredingen in het kader
van de handhaving en naleving weer ingetrokken.
U kunt hierover lezen in de bijlagen van de verschillende correspondentie.
de rode zone
13. De zitting van vandaag gaat ook over de zogenaamde Rode Zone. Dit is een klein gedeelte van de
oppervlakte van het hebben er zouden door de toezichthouders van de provincie gecontroleerd
moeten worden.
U begrijpt dat ik aan de geloofwaardigheid van de controle door de provincie van de overtredingen
geen waarde hecht.
De autosloperij heeft van de provincie Gelderland het keurmerk gekregen van “een slager die zijn
eigen vlees keurt”.
Mijn advocaat zegt hierover:
Het beroep betreft op de eerste plaats het zogenaamde geluidgevoelige gedeelte, direct achter de
werkplaats van de inrichting.
Wij verschillen daarover van mening met G.S. G.S. interpreteren Uw uitspraak van 11 mei 1995 in
erg beperkte zin, namelijk dat deze geluidgevoelige zone (waar niet met een takelwagen of heftruck
mag worden gereden) uitsluitend het kleine gedeelte (driehoekige) tussen erfgrens, open loods en
werkplaats zou betreffen.
Naar mijn mening betreft het de gehele zone achter de werkplaats omdat deze zone op geen
enkele wijze wordt afgeschermd ten opzichte van de tuin. Immers, de open loods sluit niet direct
aan bij de achtergevel van de werkplaats maar staat daar een redelijk aantal meters achter.
Ik geef U hierbij de overweging desnodig dienaangaande advies in te winnen bij Stichting
Advisering Bestuursrechtspraak, omdat deze ook in beroep ter zake van de vergunning
verlening heeft geadviseerd, onder meer ook aangaande de akoestische onderzoeken en
de daarop door U genomen beslissing.
het voorterrein
14. Voorts betreft het beroep het voorterrein. Vaststaat immers, dat dit als onderdeel van de
inrichting is gebruikt ten behoeve van de stalling van sloopauto’s en autowrakken, en is ook
benut voor de overslag van dergelijke vehikels voor verder transport binnen de inrichting.
Daarvoor is geen vergunning gevraagd en verleend. Omtrent de (on)rechtmatigheid spreken G.S.
zich niet uit en het “coulance halve” beleid van de inrichting strookt niet met objectieve maatstaven
en rechtszekerheid. G.S. laten hier het bedrijf op de stoel van de overheid plaatsnemen.
voorbereidingprocedure
15. Het beroep betreft voorts de onzorgvuldigheid in de voorbereiding van de beslissing.
Het door de Commissie voor Bezwaar- en Beroepschriften van Gelderland geconstateerde
verzuim dienaangaande is niet hersteld.
wijziging bestemmingsplan en bouwvergunning
16. Op dd. 3 juni 1999 is door de gemeente Geldermalsen een bouwvergunning verleend aan
de heer Story voor het veranderen van de bedrijfsloods met een daarbij horende milieumelding
van dd. 6 mei 1999.
De provincie Gelderland en de gemeente Geldermalsen zijn op dit moment ook bezig om door
middel van een bestemmingsplanwijziging de bestaande autosloperij groter te laten worden. Deze
aanpassing van het Bestemmingsplan Rhenoy houdt een verdere legalisering van de autosloperij in.
intimidatie en bedreiging
17. Door de provinciale en de gemeentelijke overheid is het ook toegestaan dat er een twee meter
hoog hekwerk van prikkeldraad door de autosloperij in mijn tuin werd geplaatst.
De reden hiervan is mij te verhinderen dat er video-opnamen gemaakt kunnen worden van de
overtredingen die dagelijks het van autosloopterrein gemaakt worden.
Zo ook worden ik en leden van mijn gezin letterlijk bedreigd door autoslopers en aanverwanten door
met hun auto’s ons van de weg te rijden.
In een afgelegen gebied wordt mijn zoon in de auto gedwongen te stoppen en wordt hij door iemand
met gebalde vuist bedreigd met de volgende woorden: “Als je nog een keer de autosloperij durft te
filmen, dan sla ik je kop eraf”.
Een ander voorbeeld, en dit is geen incident maar een van de vele gebeurtenissen uit een reeks van
gedragingen die een vast patroon hebben aangenomen in de structureel toegepaste intimidatie en
bedreiging, is het uit mijn handen slaan van mijn opname apparatuur als ik thuis ben.
verzoek
18 Geacht College,
Gelet op de manier waarop ik door de loop der jaren door de provincie Gelderland ben behandeld,
die te typeren is als mensonwaardig, en de manier waarop door hen is gesold met mijn belangen om
de overlast en de bedreigingen te laten stoppen;
en gelet op de houding, heden ten overstaande van Uw College, van de ambtenaren van de provincie
Gelderland met betrekking tot de mensonwaardige overlast die ik moet ondergaan van de autosloperij,
welke opnieuw aantoont dat hierin geen verandering zal komen;
tevens gelet op de onhoudbare opstelling van provincie Gelderland ten aanzien van de handhaving en
de naleving van de in het kader van de Wet op Milieubeheer door provincie Gelderland op 23 januari
1993 aan de heer Story verleende Afvalstoffenwetvergunning, doe ik U het verzoek deze vergunning
in te trekken en nietig te verklaren en tot sluiting van deze autosloperij over te gaan.
Ik dank U hartelijk voor Uw aandacht en verzoek U het beroep in te willigen en gegrond te verklaren.
__________________________________________________________________________________
Brief Raad van State / Verzoek aanvullende stukken Document 2.
Raad
vanState
Postbus 20019
2500 EA ‘s-Gravenhage
Telefoon (070) 4 26 44 26
Datum Inlichtingen Uw kenmerk
12 augustus 1999 4156 980214F
Onderwerp Ons kenmerk
Geldermalsen E03.98.0605
Autodemontagebedrijf
Ter zitting van 23 juli j.1. is aan gedeputeerde staten van Gelderland om aanvullende stukken verzocht,
waarvan u hierbij een afschrift ontvangt.
Ten aanzien van deze stukken verzoek ik u namens de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraak uw
zienswijze voor 27 augustus 1999 schriftelijk naar voren te brengen.
De voorzitter is van mening dat een tweede onderzoek ter zitting achterwege kan blijven.
Onder verwijzing naar artikel 8:64, vijfde lid van de Algemene wet bestuursrecht verzoek ik u voor
bovengenoemde datum aan te geven of naar uw mening een tweede zitting nodig is.
Indien u binnen deze termijn niet op dit verzoek reageert, wordt geacht toestemming te zijn verleend voor
het achterwege laten van een tweede zitting.
De Voorzitter van de afdeling Bestuursrechtspraak,
voor deze,
H. Wever
_________________________________________________________________________________
Brief Provincie Gelderland / Constatering overtreding milieuvoorschriften* Document 3
Gedeputeerde Staten provincie Gelderland
Bezoekadres Postadres
Markt 11 Postbus 9090
Arnhem 6800 GX Arnhem
telefoon (026) 359 91 11
telex 45 569 pbgld
telefax (026) 359 94 80
De directie van Story-Rhenoy B.V.
T.a.v. de heer H.J. Story
Dorpsstraat 2
4152 EP RHENOY
datum nummer
26 februari 1996 MW96.10765-6095041
onderwerp
Overtreding vergunningvoorschriften
Geachte heer Story,
Hierbij delen wij u het volgende mee.
Namens mevrouw Van Steijn-van Iperen heeft haar advocaat, de heer mr. F. van der Brug te Utrecht, ons
onlangs verzocht hem in de gelegenheid te stellen een door de familie Van Steijn gemaakte videofilm over
activiteiten binnen uw autodemontagebedrijf Rhenoy B.V. aan ons te laten zien.
Het doel hiervan is ons te overtuigen dat er binnen uw inrichting werkzaamheden worden verricht die
strijdig zijn met de voorschriften van de door ons aan u op 26 januari 1993 verleende
Afvalstoffenwetvergunning. Dit verzoek hebben wij ingewilligd.
Ten overstaan van mevrouw J. van der Veen en de heren S. Vreeburg en B.A.M. Kolle, medewerkers
van de dienst Milieu en Water, zijn door de heren Van der Brug en Van Steijn jr. op 24 januari jl. de
gemaakte videobeelden getoond.
Uit de getoonde beelden is onder andere gebleken dat op 30 oktober 1995 op het terrein Dorpsstraat 10
naast de garage door middel van het gebruik van een (hijs)kraan autowrakken werden geplet
Deze activiteit is op grond van vergunningvoorschrift 3.12 verboden.
Eveneens werd geconstateerd dat op het voorterrein, dat volgens de tekening behorende bij de
vergunning alleen als parkeerplaats voor bezoekers en voor de stalling van verkoopklare auto’s,
dus auto’s die voor direct gebruik aan het verkeer kunnen deelnemen, mag worden gebruikt,
werkzaamheden werden verricht aan autowrakken. Zo kon onder andere worden waargenomen dat
met gebruikmaking van gereedschap een onderdeel van een auto(wrak) werd afgehaald.
Tevens is geconstateerd dat door medewerkers van uw bedrijf herhaaldelijk binnen de op de bij uw
vergunning behorende tekening aangegeven zone slijp-, uitdeuk,- schuur- en
hamerwerkzaamheden e.d. aan autowrakken werden verricht. Dit is op grond van de op 31 mei
1995 in beroep gedane uitspraak van de Raad van State verboden.
Ondanks het feit dat door de betreffende toezichthouders nooit overtredingen zijn geconstateerd ten
aanzien van uw bedrijf, betreuren wij het te moeten constateren dat – blijkens de getoonde
video-opnamen – de werkelijkheid kennelijk anders is.
Indien u eveneens prijs stelt op vertoning van de videobeelden dan verzoeken wij u ons dat per
omgaande mee te delen. Wij zullen dan bevorderen dat u ook in de gelegenheid wordt gesteld
de reeds aan ons getoonde beelden te beoordelen.
Nadat wij uw zienswijze over vorenstaande hebben gehoord, zullen wij beoordelen over de noodzaak,
en eventueel de wijze waarop, actiever tegen uw bedrijf op te treden.
Wij zien uw reactie graag binnen veertien dagen na verzending van deze brief tegemoet.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Gelderland
voorzitter griffier
inlichtingen dhr. Kolle doorkiesnr. 359 99 47
verzonden 1 maart 1996 Postbank 869 762
ABN.AMRO Arnhem 53 50 26 463
BNG ‘s-Gravenhage 28 50 10 824
_________________________________________________________________________________
Brief Provincie Gelderland + rapportage/verslagen: Document 4.
_________________________________________________________________________________
Gedeputeerde Staten provincie Gelderland
Bezoekadres Postadres
Markt 11 Postbus 9090
Arnhem 6800 GX Arnhem
telefoon (026) 359 91 11
telex 45 569 pbgld
telefax (026) 359 94 80
Raad van State
Postbus 20019
2500 EA ‘s-Gravehage
datum nummer
28 juli 1999 MW 1998.26825 onderwerp
Geldermalsen
Zaaknummer E03980605/1
Tijdens de behandeling van de in bovengenoemd onderwerp genoemde zaak op 23 juli 1999, vroeg de
voorzitter van Kamer 3, de heer mr. J.J.R. Bakker, om stukken waaruit kan blijken dat sinds 1997 op het
voorterrein van het bedrijf Rhenoy B.V. geen wrakken worden gestald.
Dat gedeelte van de inrichting dient alleen voor de stalling van verkoopklare (schade)auto's.
Het volgende delen wij u mee.
Uit een ambtsbericht van de directeur van de dienst Milieu en Water van 13 november 1996 blijkt dat toen
al door een toezichthouder is geconstateerd dat - conform de vergunning -op het voorterrein geen
autowrakken worden gestald. Voorts blijkt uit de verslagen van 19 maart 1997 en 14 april 1997 van de heer
S. Vreeburg, toezichthouder van de dienst Milieu en Water, dat op het voorterrein van Dorpsstraat 10 zich
geen wrakken bevinden. Het betrof alleen de stalling van verkoopklare auto's. Tijdens de controlebezoeken
van de betreffende toezichthouder op 16 juni en 1 oktober 1997 wordt het bovenstaande nog eens bevestigd.
Genoemde rapportage/verslagen treft u hierbij in chronologische volgorde aan. Wij vertrouwen
erop u naar genoegen te hebben geïnformeerd.
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Commissaris griffier
van de Koningin
bijlagen
coll. -/ht
code: NS/15315
inlichtingen bij dhr. B.A.M. Kolle doorkiesnr, 359 99 47
verzonden 9 aug. 1999
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
a. Brief Provincie Gelderland aan: Document 4a.
De voorzitter van kamer 2 van de commissie bezwaar- en beroepschriften van Provincie Gelderland
_________________________________________________________________________________
Gedeputeerde Staten provincie Gelderland
Bezoekadres Postadres
Markt 11 Postbus 9090
Arnhem 6800 GX Arnhem
telefoon (026) 359 91 11
telex 45 569 pbgld
telefax (026) 359 94 80
De voorzitter van kamer 2 van de
commissie bezwaar- en beroepschriften
D.t.v. de griffier,
de heer mr. W.J. van Vlijmen
BD/CC/AJZ - Huis der Provincie, BD kamer 3.10
datum nummer
- 13 november 1996 -MW95.70332-6095041
onderwerp
- Handhaving (IBM)
Verweerschrift
1 BESTREDEN BESLISSING
Bezwaarde
De heer mr. F. van der Brug, advocaat, heeft namens zijn cliënte, mevrouw P. van Steijn-van Iperen,
een bezwaarschrift, gedateerd 19 september 1996, ingediend. Het bezwaarschrift is als bijlage I bij
dit ambtsbericht gevoegd.
Bestreden besluit
Het bezwaarschrift is gericht tegen de fictieve weigering op het verzoek van 24 november 1995 om
handhavend op te treden.
Het verzoek is als bijlage II bij dit ambtsbericht gevoegd.
Achtergronden
De familie van Steijn voert sinds jaren strijd tegen de aanwezigheid van het autodemontagebedrijf Rhenoy B.V.
aan de Dorpsstraat.
De Inspectie van de volksgezondheid, de Minister van volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieubeheer en
de officier van Justitie zijn daarvoor in het verleden door de familie Van Steijn benaderd.
De genoemde instantie en ambtsdragers hebben nimmer aanleiding gezien de klachten van de familie Van Steijn
tegen het bedrijf gegrond te achten. Om aan de niet-tanende strijd een einde te maken heeft de directie van
Rhenoy B.V. in het VPRO-televisieprogramma 'Buren" aangegeven bereid te zijn het huis van de familie
van Steijn te kopen. Alhoewel het aanbod van Rhenoy B.V. alleszins redelijk was te noemen is hier door de
familie Van Steijn niet op gereageerd.
Tegen de door Gedeputeerde Staten op 26 januari 1993 aan Rhenoy B.V. verleende milieuvergunning is
schorsing/voorlopige voorziening en beroep gevraagd/ingesteld door de familie van Steijn.
De schorsing is door de voorzitter van de Afdeling rechtspraak van de Raad van State afgewezen, terwijl
in beroep een voorschrift is aangepast. Voor het overige is het beroep toen ongegrond verklaard.
Een eerder gedaan handhavingsverzoek van de familie Van Steijn is op 8 november 1993 door Gedeputeerde
Staten afgewezen. Deze afwijzing is door de voorzitter van de Afdeling rechtspraak van de Raad van State in
1994terecht bevonden.
2
Rechtsgrondslag
Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b van de Algemene wet bestuursrecht wordt het niet-tijdig
nemen van een besluit voor de toepassing van de bepalingen over bezwaar en beroep gelijkgesteld met
een besluit. op grond van artikel 18.16, eerste lid van de Wet milieubeheer dient zo spoedig mogelijk, maar
uiterlijk binnen vier weken na ontvangst, op een handhavingverzoek ex artikel 18.14 Wet milieubeheer te
worden beslist.
2 BEZWAARSCHRIFT
Samenvatting van de aangevoerde bezwaren
1. Reclamante heeft op 24 november 1995 bij Gedeputeerde Staten een verzoek ingediend ter zake van
het toepassen van bestuursdwang tegen overtredingen door Rhenoy B.V. van voorschriften van de aan
haar verleende milieuvergunning en regelgeving van de milieuwetgeving. op dit verzoek is niet beslist
binnen een redelijke termijn, zodat Gedeputeerde Staten geacht worden afwijzend op voormeld verzoek te
hebben beslist.
2. In het bijzonder wordt bezwaar gemaakt tegen de weigering van Gedeputeerde Staten de behandeling van
haar verzoek voort te zetten nu zij te kennen heeft gegeven dat behalve haar raadsman ook een door haar
aan te wijzen vertegenwoordiger, in casu haar zoon de heer P. van Steijn aanwezig dient te zijn bij het
vertonen van de videobeelden aan de vergunninghoudster. Deze weigering is niet gegrond op enigerlei
bestuurlijke rechtsnorm en derhalve niet redelijk.
3 NIEUWE FEITEN OF OMSTANDIGHEDEN
Inmiddels is een nieuw verzoek om handhaving bij Gedeputeerde Staten ingediend. Daarbij is melding
gemaakt van het feit dat wederom video-opnamen zijn gemaakt van dezelfde soort overtredingen als
genoemd in de brief van 24 november 1995.
Over het bedrijf van Rhenoy B.V. zijn de laatste jaren geen klachten van omwonenden anders dan de
familie Van Steijn over hinder c.a. bij ons milieuklachten- en Informatiecentrum bekend.
Op 3 april 1996 is het bedrijf door een toezichthouder van mijn dienst bezocht. Er is toen niet geconstateerd
dat er binnen de zonering op het achterterrein geraasmakende werkzaamheden werden verricht, dat op
het voorterrein autowrakken waren gestald dan wel dat er werkzaamheden op hetzelfde voorterrein werden
verricht. Op het voorterrein bevond zich een aantal schadeauto’s dat voor de verkoop bestemd was.
Gedeputeerde Staten hebben bij brieven van 9 april en 3 juni 1996 de advocaat van reclamante verzocht
de videobeelden ten overstaan van de directie van Rhenoy B.V. te laten zien zonder aanwezigheid van
de heer Van Steijn jr; dit laatste in verband met de aard van hun onderlinge verstandhouding. Op deze
verzoeken is niet gereageerd behalve dan dat de advocaat van reclamante aangeeft dat de heer
Van Steijn jr. wel bij de vertoning van de beelden aanwezig dient te zijn.
De termijnoverschrijding is dus - door het uitblijven van een reactie aan reclamante zelf te wijten.
Gedeputeerde Staten hebben daarom hun beslissing op het verzoek van 24 november 1995 ten behoeve
van een zorgvuldige belangenafweging logischerwijs moeten opschorten.
Inlichtingen bij dhr. B. Kolle doorkiesnr. 359 99 47
verzonden 13 NOV. 1996
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Verslag 1: S. Vreeburg aan B.A.M. Kolle Document 4b.
Van: S. Vreeburg
Aan: B. Kolle
Datum: 19 maart 1997
Betreft: Bezwarenprocedure Van Steijn versus Rhenoy (handhavingverzoek)
In de brief van de advocaat Van der Brug d.d. 25 februari 1997 worden opmerkingen gemaakt op de reactie
van de firma Rhenoy na vertoning van de video-opnamen op 12 december 1996 te Arnhem.
Tevens zijn enkele opmerkingen van de cliënte van de advocaat, mw Van Steijn, in de brief opgenomen.
Puntsgewijs zal ik een antwoord geven op de onderdelen van de brief.
1 Inleidende opmerkingen
Omschrijving werkzaamheden, verkoopklare auto's (zie GS-brieven d.d. 9 oktober 1995 MW95.44795
en 26 februari 1996 MW96. 10765).
Volgens GS zijn verkoopklare auto's voertuigen die niet bedoeld zijn om in het afvalstadium te geraken.
Deze auto's zijn opgenomen in het zogenaamde Autoboek (nadere toelichting geven) en dienen uitsluitend
voor de handel.
Kentekens en kentekenplaten zijn bij deze handelsvoorraad aanwezig. Een belangrijk aspect is dat deze
auto's milieuhygiënisch bezwaar op mogen leveren door het stallen en verplaatsen t.b.v handelsdoeleinden
(geen lekkende oliefilters, -leidingen of kapotte accu's waaruit vloeistoffen kunnen lekken).
In de wetgeving is geen definitie gesteld over de status waarin dergelijke auto's moeten verkeren om als
schadeauto aangemerkt te mogen worden.
Ten aanzien van de omschrijving van een autowrak (zie definitie Koninklijk Besluit van 2 november 1993,
Stbl. 57 1) verschilt een schadeauto van een wrak op de volgende punten:
1 rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud;
2 kennelijk verwaarloosde toestand of;
3 niet voorzien van bijbehorende kenteken en kentekenbewijs;
Ad 1
De betreffende schadeauto’s dienen voor de handel. De schadeauto’s hebben veelal kleinere schades die
geen belemmering vormen voor het hergebruik van de auto. Er is geen sprake van recycling door de
garage/demontagewerkplaats van (enkele) onderdelen. De schade betreft veelal aanrijdingschade waardoor
het zelfstandig voortbewegen als schadeauto niet of beperkt mogelijk is. Na herstelwerkzaamheden is dat wel
het geval.
Echter, deze herstelwerkzaamheden dient de koper uit te (laten) voeren. Dat laatste geeft net het financiële
voordeel aan de koper te op zichte van een herstelde auto.
Ad 2
De geordende wijze waarop de schadeauto’s staan opgesteld achter een hekwerk en de hoge
rest/handelswaarde geven aan dat er geen sprake is van het verwaarlozen van de auto's. tevens staan deze
auto's apart opgesteld van de autowrakken ten behoeve van het bezichtigen van potentiële kopers.
Het standpunt uit de brief van 26 februari 1996 blijft overeind. Daarbij dient te worden opgemerkt dat deze auto's
middels hergebruik weer direct geschikt zijn voor het verkeer (vergelijk autostatus met schadeauto’s die bij een
carrosseriebedrijf staan t.b.v. uitdeuken en/of herstellen).
In de brief van 9 oktober wordt door GS gesteld dat op het voorterrein een onderdeel van een auto werd
afgehaald. De vergunning van Rhenoy spreekt over het demonteren van autowrakken. Deze schadeauto’s vallen
daar niet onder en worden in de vergunning niet als zodanig genoemd. Op het betreffende terreingedeelte
mogen staan verkoopklare auto's. Deze auto's worden door ons milieuhygiënisch vergelijkbaar geacht met
geparkeerde auto's van bezoekers. Deze schadeauto's moeten dan ook op die wijze benaderd worden.
Werkzaamheden aan deze auto's dienen binnen te geschieden.
Het weglekken van vloeistoffen dient voorkomen te worden door voor het stallen op het buitenterrein de
benodigde maatregelen/werkzaamheden (binnen in de werkplaats) uit te voeren.
Ad 3
Deze auto's voldoen wel aan punt 3 van de voormelde opsomming, dus is er geen sprake van wrakken.
2 Van toepassing zijnde voorschriften:
A voorterrein is bestemd voor het parkeren van auto's van bezoekers en van verkoopklare auto's
Verrichten van werkzaamheden
In de uitspraak van de Raad van State d.d. 11 mei 1995, staat dat het voorterrein, conform de
vergunningaanvraag/vergunning, gebruikt mag worden voor het stallen van verkoopklare voertuigen
en het parkeren van auto's van bezoekers.
Het stallen is dus vergund! Het verrijden van deze auto's en het daarmee gepaard gaande geluid valt
onder de algemene geluidsvoorschriften van de vergunning.
Het vervoeren is een begrip dat afhankelijk is van de definitie van verkoopklaar-zijn van schadeauto's.
Indien een verkoopklare schadeauto niet zelfstandig hoeft te kunnen rijden, dan is het vervoeren naar
en van deze plaats middels een hulpmiddel (o.a. heftruck) een noodzakelijk gevolg van het gebruik
voor het stallen van dergelijke schadeauto’s.
In de vergunningaanvraag/geluidsrapport is deze vervoersactiviteit niet meegenomen als een geluidsbron van
enige omvang. Het gaat hierbij dus om laagfrequente activiteit die dient te vallen binnen de vergunde
geluidsnormen van de vergunning. Ook het verplaatsen van deze schadeauto’s moet met zo min mogelijke
geluidsproductie geschieden (geen sleepgeluiden, geen schurende onderdelen, geen voorbereidende
werkzaamheden om de auto geschikt te krijgen voor verplaatsing; deze werkzaamheden eventueel vooraf in
de werkplaats uitvoeren).
Het bewerken van autowrakken dient nader toegelicht te worden. Het gaat bij schadeauto’s niet om wrakken
in de zin van de wet (zie definitie). Echter het bewerken van schadeauto’s is niet vergund en dus niet
toegestaan. Onder het bewerken dient o.a. te worden verstaan alle werkzaamheden die tot doel hebben het
object verder in een bepaalde staat te brengen of te houden (bv. te ontmantelen of juist op te knappen).
Het bijvoorbeeld verwijderen van chassisnummerplaatjes, het aanbrengen van steunmaterialen en het
openbreken (met hulpmiddelen) van door een ongeval vastgeklemde portier zijn niet vergunde activiteiten
op het betreffende terrein en dienen aldaar niet plaats te vinden.
B hinderlijke of geraasmakende werkzaamheden
Volgens het Bureau Adviseur Beroepen Milieubeheer is, na aanbrengen akoestische maatregelen op
voertuigen, op 8 november 1993 een geluidsmeting geweest. In het akoestisch rapport is geconcludeerd
dat wordt voldaan aan de vergunningeis 3,6 waarbij werkzaamheden buiten de werkplaatsen zijn
toegestaan (waarbij de grenswaarden wel gerespecteerd moeten worden). Wel blijft de vraag of gewerkt
mag worden in de werkplaats terwijl de deuren/ramen langere tijd openstaan (niet bedoeld voor doorlaten).
In de 'rode zone' is het verboden snijbrandwerkzaamheden uit te voeren. De Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State heeft op 11 mei 1995 bepaald dat in de zone geen hinderlijke of geraasmakende
activiteiten, zoals slijpen, schuren, uitdeuken, hameren e.d., evenals snijbranden mogen worden uitgevoerd.
Ook niet indien uit akoestisch onderzoek (zoals dat van 8 november 1993) blijkt dat daarmee de geluidsnormen
worden gerespecteerd.
Buiten de 'rode zone' mogen deze activiteiten conform de vergunning worden uitgevoerd.
In de GS-brief van 1 december 1993, kenmerk MW93.69581, is toestemming gegeven voor het buiten werken
met inachtneming van de overige vergunningvoorschriften. Deze uitspraak is gebaseerd op het
geluidsrapport van 18 november 1993 door Van der Boom B.V. uit Ruurlo. In dat rapport wordt na treffen
van maatregelen een geluidsniveau bereikt van 46 dB(A) aan de
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Verslag 2: familie.van Bert Story te Waardenburg Document 4c.
Bedrijfsgegevens
Vergunninghouder Rhenoy B.V
Adres Dorpsstraat 10
Postcode 4152 EP
Plaats Rhenoy
Gemeente Geldermalsen
Contactpersoon Dhr H.J. Story/dhr N. van Kessel
Telefoon 0345-682204
Aard bedrijf autodemontagebedrijf
Datum 14 april 1997
Verslag overleg fa. Rhenov/Story op 14 april te Waardenburg
aanwezigen: dhr B. Story, dhr N. van Kessel, dhr A. van Kessel, dhr B. Kolle, dhr S. Vreeburg
Aanleiding van het overleg zijn de reactie van dhr Story op de constateringen van fa.Van Steijn over de periode
13 juli 1995 tot en met 17 juli 1996 en de brief van de advocaat Van der Brug(fam. Van Steijn) d.d. 23 februari
1997 waarin deze reactie van Rhenoy nogmaals wordt behandeld.
Door de provincie is eveneens een eerste inschatting gemaakt van de bezwaren en de daarbij
behorende videobeelden.
Deze inschatting is met Rhenoy/Story besproken tijdens het overleg. Het doel van dat overleg is geweest de
standpunten van zowel de provincie als die van Rhenoy te vergelijken waardoor de afhandeling van het
bezwaar van Van Steijn zorgvuldiger en sneller kan geschieden.
Verkoopklare auto's
De stalling van verkoopklare auto's op het terrein van Dorpsstraat 10 is recentelijk met de helft teruggebracht.
Daartoe is eveneens de omheining van het stallingterrein verplaatst. De vrijgekomen ruimte wordt nu gebruikt
voor parkeerplaatsen voor bezoekers. Op de luchtfoto's van november 1996 is dit reeds te zien.
De stalling wordt binnen niet al te range tijd volledig verplaatst naar Dorpsstraat 2.
Overigens wil het bedrijf de mogelijkheid voor het stallen van verkoopklare auto's op dit terrein wel behouden.
Met name in drukke tijden kan het terrein dan weer in gebruik worden genomen. Dit is op grond van de
bestaande vergunning toegestaan.
Op het opstelterrein van verkoopklare auto's worden geen chassisnummerplaatjes meer uit de auto's
gehaald/gehakt.
Het bedrijf zal geen werkzaamheden aan de schadeauto’s meer uitvoeren op het betreffende terreindeel,
maar dat voortaan in de werkplaats doen.
Werkplaats
De op de video getoonde beelden van een open raam betreft geen raam van de werkplaats, maar van
het kantoorgedeelte.
Deze ramen mogen gedurende de werkzaamheden , geopend zijn.
Het open laten staan van de werkplaatsdeuren zal door Rhenoy worden beperkt tot in- en uitlaten van
personen en voertuigen. Ook is het openzetten van de deuren niet wenselijk omdat hierdoor een enorme
tochtstroom op gang komt waarvan de medewerkers flink last hebben, aldus dhr Story en dhr Van Kessel.
Snijbrander
Het gebruik van de snijbrander met gasflessenkar op het buitenterrein is gestopt. De aanwezige snijbrander
wordt alleen in de werkplaats gebruikt.
Werkzaamheden in rode zone
Het opbouwen van de stelling binnen de rode zone is gedaan om te voorkomen dat er nog een heftruck
tussen de openloods en de werkplaats kan komen.
Het opruimen van de velgen is gedaan om de hoek aldaar op te ruimen en de bouw van de
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Verslag 3: preventieve controle Document 4d.
BEZOEKRAPPORT
BETREFT:..Autosloperij-Rhenoy B.V.
Bedrijfsgegevens
Vergunninghouder Rhenoy B.V,
Adres Dorpsstraat 10
Postcode 4152 EP
Plaats Rhenoy
Gemeente Geldermalsen
Contactpersoon Dhr H.J. Story/dhr N. van Kessel
Telefoon 0345-682204
Aard bedrijf autodemontagebedrijf
Datum laatste controle 3 april 1996
Controledatum 16 juni 1997
Aanvang controle 14.00 uur
Einde controle 15.00 uur
Rapport door de heer S.N.J. Vreeburg
Aanwezig:
Naam functie instantie
Dhr N. van Kessel medewerker Rhenoy B.V.
Aanleiding bezoek:
structureel toezicht
Soort controle.
preventieve controle
Gecontroleerde vergunning/ontheffing/handhavingsbeschikking:
WM-vergunning d.d. 26 januari 1993 MW-nr 91.6465
Provincie bevoegd gezag
Controlegegevens (algemeen)
OP 16 mei 1997 is een GS-brief uitgegaan naar de advocaat van de fam. Van Steijn (MW97.8273).
Hierin wordt het handhavingverzoek op de door Van Steijn geconstateerde overtredingen afgewezen.
Naar verwachting zal de fam. Van Steijn binnen de bezwarentermijn beroep aantekenen tegen deze
stellingname.
De betreffende vergunningvoorschriften uit het handhavingverzoek zijn vanwege de zeer waarschijnlijke
beroepsprocedure, ter plaatse gecontroleerd.
Voorterrein
De stalling van verkoopklare (schade)auto's is teruggebracht tot minder dan de helft van het voorterrein
(6 auto’s aangetroffen). Het ligt in de bedoeling om de stalling voor 1augustus 1997 geheel over te
brengen naar het terreingedeelte van Dorpsstraat nummer 10.
Momenteel is het bedrijf bezig met het vervangen van een gedeelte lijk van de vloeistofdichte verharding
achter en -naast de bedrijfswerkplaats op nummer 2. Daardoor kunnen tijdelijke geen vervoersbewegingen
van de straat naar het opslagterrein achter plaatsvinden.
Deze werkzaamheden zijn gemeld bij het MKIC op 16 juni (storingsmelding nummer 212). Gevolg van
deze werkzaamheden is dat voor het verwerken van wrakken geen aanvoer mogelijk is via het achterterrein.
Daarom zijn vooruitlopend op de werkzaamheden enkele (vloeistofvrije) wrakken naar het voorterrein
verplaatst zodat het demonteren gedurende circa 10-12 dagen door kan blijven gaan. Op het voorterrein
zijn vier wrakken aangetroffen.
Werkzaamheden binnen de werkplaats met gesloten ramen
Tijdens het bezoek zijn de deuren en ramen van de werkplaats continu gesloten geweest.
Gebruik heftruck, takelwagen/werkzaamheden in rode zone
Op het achterterrein zijn stellingen voor autoportieren e.d. langs de erfafscheiding met Van Steijn geplaatst.
Hierdoor is het niet meer mogelijk om met een heftruck dicht bij de schutting te komen.
Mechanisch verkleinen
De firma Rhenoy heeft intussen gezocht naar een andere wijze van het indrukken van daken van wrakken ten
behoeve van transport. Nu is een firma uit Den Haag gevonden die hydraulisch de daken indrukt i.p.v. pletten.
De hoeveelheid af te voeren auto's per vrachtwagencombinatie is wel minder dan bij pletten, maar dat wordt
voor lief genomen.
Overige punten
De containers voor opslag sloopmaterialen t.b.v. ARN (pur-schuim, glas, banden en rubbers) staan
voornamelijk op het terrein bij nr 10. Op het achterterrein bij nr 2 staat nog wel de container voor opslag
van kunststoffen.
Op het terrein achter de bedrijfswerkplaats bij nr 2 staan enkele niet afgetapte wrakken op een
stelconplatenvloer opgesteld. De oorzaak hiervan is dat de ontvangstvloer van niet-afgetapte wrakken
momenteel vervangen wordt.
Toch heb ik dhr Van Kessel hierover aangesproken. Hij zal actie ondernemen. Na het voltooien van de
vloer zal hierop wederom gecontroleerd worden.
Dit terreingedeelte met stelconplaten betreft een deel van de rode zone waarop in het verleden weleens
werkzaamheden werden uitgevoerd. Sinds de uitspraak van de Raad van State mag dat niet meer. Nu is
rondom deze locatie een hekwerk neergezet met sloten om te voorkomen dat medewerkers en bezoekers
iets van wrakken af kunnen slopen.
Bij de rondgang over het gehele bedrijfsterrein zijn voorts geen zaken geconstateerd die in strijd
zijn met de vergunning.
Afhandelinggegevens
0 geen verdere actie
Overleg:
MWIIBM/HA: dhr B. Kolle
Ondertekening toezichthouder: de heer S.N.J. Vreeburg
Arnhem, 17 juni 1997
Kopie:
- MW/IBM/MV
- MW/IBM/HA : dhr B. Kolle
- PMW : mw M. van Deist
h:\wp\rhenoy\ bz3rheno
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Verslag 4: preventieve controle Document 4e
BEZOEKRAPPORT
BETREFT: Autosloperij Rhenoy B. V. archief
Bedrijfsgegevens
Vergunninghouder : Rhenoy B. V.
Adres : Dorpsstraat 10
Postcode : 4152 EP
Plaats : Rhenoy
Gemeente : Geldermalsen
Contactpersoon : Dhr H.J. Story/dhr N. van Kessel
Telefoon : 0345-682204
Aard bedrijf : autodemontagebedrijf
Datum laatste controle : 16 juni 1997
Controledatum : 1 oktober 1997
Aanvang controle : 12.00 uur
Einde controle : 13.00 uur
Rapport door : de heer S.N.J. Vreeburg
Aanwezig:
Naam functie instantie
Dhr A. van Kessel medewerker Rhenoy B.V.
Dhr E. Thoonen senior MV prov. Gld.
Aanleiding bezoek:
structureel toezicht
Soort controle:
preventieve controle
Gecontroleerde vergunning/ontheffing/handhavingsbeschikking:
WM-vergunning d.d. 26 januari 1993 MW-nr 91.6465
Provincie bevoegd gezag
Controlegegevens (algemeen)
Aangezien op korte termijn de bezwarencommissie inzake Van Steijn-Rhenoy B.V. wederom bijeenkomt, heb
ik een korte controle uitgevoerd op het bedrijfsterrein van het autodemontagebedrijf Rhenoy B.V.
Zowel op Dorpsstraat nummer 2 als 10 heb ik op het voorterrein geen autowrak aangetroffen.
Op het terrein van nummer 2 staan enkele buitenlandse (geïmporteerde) vrijwel nieuwe en onbeschadigde
auto's opgesteld.
Op het voorterrein van het perceel nummer 10 zijn geen schadeauto’s meer aanwezig. Het gehele terrein is
nu parkeerplaats voor bezoekers.
De deuren van de werkplaats (voorzijde) waren gesloten tijdens het onaangekondigde bezoek.
Overigens zijn geen geraasmakende of hinderlijke activiteiten geconstateerd.
De ruimte in de rode zone, nabij de erfafscheiding met Van Steijn is nu ingericht als
opslagplaats (stellingen) voor o.a. portieren. Het is nu niet meer mogelijk om dicht bij de schutting te komen
met voertuigen.
Op het achterterrein is goed te zien dat een geheel nieuwe vloeistofdichte betonvoer is aangelegd. Op deze
vloer staan enkele wrakken die dezelfde dag nog verwerkt gaan worden aldus dhr A. van Kessel.
In de magazijnen van het bedrijf zijn geen lekkende motoronderdelen aangetroffen.
Afhandelinggegevens
O brief uit met resultaten van controle
Overleg
MW/IBM/HA: dhr B. Kolle
Ondertekening toezichthouder: de heer S.N.J. Vreeburg
Arnhem, 8 oktober 1997
Kopie:
- MW/IBM/MV :
- MWIIBM/HA : dhr B. Kolle
- PMW : mw M. van Deist
h:\wp\rhenoy\bz4rheno
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Verslag 5: Brief provincie Gelderland/Beslissing op Bezwaarschrift Document 4f.
Gedeputeerde Staten provincie Gelderland
Bezoekadres Postadres
Markt 11 Postbus 9090
Arnhem 6800 GX Arnhem
telefoon (026) 359 91 11
telefax (026) 359 94 80
AANTEKENEN
Hummels, Van der Brug en De Jong Advocaten
T.a.v. de heer mr. F. van der Brug INGEKOMEN 3 MAART 1998
Postbus 85050
3508 AB UTRECHT
datum nummer
17 maart 1998 MW97.8273-6095041
onderwerp
Handhaving (IBM)
Beslissing op bezwaarschrift
Geachte heer Van der Brug,
Bij beschikking van 16 mei 1997, nr. MW97.8273-6095041, hebben wij het door u namens mevrouw
P. van Steijn-van Iperen ingediend verzoek om handhavend om te treden tegen het
autodemontagebedrijf Rhenoy B.V. te Rhenoy afgewezen. Die beschikking is door middel van verzending
van de betreffende brief op 21 mei 1997 aan u bekendgemaakt.
Door u is namens mevrouw P. Van Steijn-van Iperen tegen deze beschikking een bezwaarschrift,
gedateerd 20 juni 1997 en nader aangevuld bij brief van 29 augustus 1997, ingediend als bedoeld in
de Algemene wet bestuursrecht. Dit is op 1 september 1997 door ons ontvangen.
Het bezwaarschrift is behandeld in Kamer I van de Commissie bezwaar- en beroepschriften op 4
november 1997. Op 19 januari 1998 heeft de Kamer een schriftelijk advies uitgebracht. Het verslag
van de zitting en het advies van de commissie treft u bijgevoegd aan. Wij hebben het advies van
de commissie overgenomen.
Ontvankelijkheid bezwaarschrift
Het bezwaarschrift is binnen de wettelijke termijn en bij het juiste bestuursorgaan ingediend.
Daarnaast voldoet het bezwaarschrift aan de eisen die daaraan op grond van de Algemene wet
bestuursrecht worden gesteld. Het bezwaarschrift is derhalve ontvankelijk zodat wij het besluit
dienen te heroverwegen.
Samenvatting bezwaren
A Voorterrein/verkoopklare auto’s
Anders dan door Gedeputeerde Staten in hun beschikking gesteld, worden op het voorterrein van
autosloopbedrijf Rhenoy B.V. te Rhenoy autowrakken gestald. Dit is bij brief van 26 februari 1997
reeds door Gedeputeerde Staten bevestigd. Aan deze autowrakken werden sloopwerkzaamheden
verricht. Voor die activiteiten, alsmede aanvoeractiviteiten van autowrakken op het voorterrein, is
geen vergunning verleend.
B Rode zone: hinderlijke en geraasmakende werkzaamheden, gebruik heftrucks e.d.
Door het openstaan van ramen en/of deuren komt duidelijk hoorbaar geluid naar buiten. Het laden
van een bak met uitlaatonderdelen binnen de zone is geraasmakend en valt onder het betreffende
vergunningvoorschrift.
C Mechanisch verkleinen, openingstijden en valhoogte
De afstand tot het perceel van reclamante bedraagt ongeveer 100 meter. Bezwaarde is niet in kennis
gesteld van het resultaat van de afspraak dat v66r 15 mei 1997 de vergunninghouder aan Gedeputeerde
Staten zou meedelen dat een andere methode zal warden gevolgd met betrekking tot het mechanisch
verkleinen vanautowrakken ten behoeve van transport. Uit de videobeelden is tevens op te maken, dat:
- vergunde werkzaamheden buiten de toegestane openingstijden warden verricht;
- de valhoogte van wrakken hoger is dan de toegestane hoogte van 25 cm.
D Algemeen
Verweerders miskennen de problematiek waarmee reclamante wordt geconfronteerd en zijn niet in staat
zelfstandig en adequaat controles uit te voeren. Stelselmatig hebben Gedeputeerde Staten aan bezwaardes
woonbelang onvoldoende waarde gehecht. Vandaar dat door reclamante videobeelden zijn gemaakt. De
suggestie ten aanzien van het gebruik van video-apparatuur is misplaatst, suggestief en derhalve onbehoorlijk.
In het voortraject tot de bestreden beslissing is nimmer gewag gemaakt van "gesjoemel' en zijn de getoonde
beelden ook nimmer door de vergunninghouder bestreden.
De op een na laatste alinea van de bestreden beslissing moet geacht warden in strijd te zijn met de bepalingen
van de Algemene wet bestuursrecht.
Advies commissie
De commissie concludeert dat wij terecht hebben kunnen beslissen tot afwijzing van het verzoek om
handhaving, zij het dat bij de beslissing op bezwaar twee gebreken zouden dienen te warden hersteld.
Deze betreffen:
1 het buiten afwezigheid van bezwaarde bekijken van video-opnamen, waardoor de dienst geen blijk
gegeven zou hebben van fair play. Voorzover het verslag van die bijeenkomst nog niet aan
bezwaarde zou zijn toegezonden, dient dit alsnog te gebeuren;
2 het bestreden besluit en het verweerschrift bevatten onheuse passages. Dit dient in de beslissing
op bezwaar te worden rechtgetrokken.
Reactie op bezwaren en commissieadvies
Ten aanzien van de bezwaren hiervoor genoemd onder a t/m c hebben wij besloten het advies van de
commissie over te nemen en deze bezwaren ongegrond te verklaren. voor de motivering van deze beslissing
verwijzen wij u naar het bijgevoegd advies.
Ten aanzien van het bezwaar genoemd onder d en het advies van de commissie inzake het herstellen van
een tweetal gebreken merken wij het volgende op.
Het bekijken van de door bezwaarde gemaakte videobeelden heeft plaatsgevonden in het kader van
een zorgvuldige voorbereiding van de beslissing op uw handhavingsverzoek. in dat kader is de directie
van Rhenoy B.V. op 14 april 1997 gehoord, waarbij ook de resultaten van eerdere vertoningen - waarbij
bezwaarde wel aanwezig is geweest zijn betrokken. op die datum zijn de door u ter beschikking gestelde
videobeelden opnieuw bezien. Indien wij hadden geweten dat u, of bezwaarde, daarbij aanwezig had
willen zijn, zouden wij u zeker hebben uitgenodigd. Wij zijn ons derhalve niet bewust geweest dat deze
omissie als een gebrek aan fair play had kunnen worden uitgelegd. Ogenblikkelijk na de bezichtiging
van de video hebben wij u in het bestreden besluit geïnformeerd over onze bevindingen. Een
verslag van deze vertoning is niet gemaakt. Zoals hiervoor al aangegeven zijn de resultaten ervan
direct in de bestreden beschikking verwerkt .
Wij kunnen derhalve niet aan het advies van de commissie voldoen om alsnog een verslag toe te
zenden. Aangezien de commissie van mening is dat noch door uw of bezwaardes afwezigheid bij de
video-vertoning, noch door niet-toezending van het verslag bezwaarde in zijn belangen is geschaad,
menen wij deze gebreken voor het overige te kunnen passeren.
Ten aanzien van de tweede suggestie van de commissie (naar aanleiding van uw bezwaar genoemd
onder d) inzake "onheuse passages" merken wij het volgende op.
Wij gaan ervan uit dat de commissie doelt op de volgende passage op pag. 4 van de bestreden
beschikking:
"Bovendien is aan de hand van een video-opname niet altijd na te gaan op welk moment deze is
gemaakt omdat in principe het instellen van datum, tijd en geluld te allen tijde regelbaar zijn."
Indien wij van mening waren geweest dat er "gesjoemeld' zou zijn met de gemaakte video-opnamen
zouden wij dat zeker in onze beschikking hebben vermeld. Mochten wij bij bezwaarde de indruk
hebben gevestigd dat wellicht sprake is geweest van onregelmatigheden, dan bevestigen wij hierbij
dat wij nooit die bedoeling hebben gehad.
Ook door onze overige passages in de beschikking en in het verweerschrift uitmondend in de
conclusie dat wij de discussie met u en uw cliënte als gesloten beschouwen, hebben wij geen
ander oogmerk gehad dan herhaling van zetten te voorkomen. Het was geenszins onze bedoeling
u en uw cliënte welke rechten dan ook te ontzeggen Wij vertrouwen hiermee voldoende
tegemoetgekomen zijn aan de opmerkingen ter zake van de commissie.
Ten slotte berichten wij u dat in de periode van 1 januari 1996 tot 1 februari 1998 bij het milieuklachten-
en informatie-centrum van deze provincie geen klachten meer over genoemd bedrijf zijn binnengekomen.
Besluit
Wij hebben de bestreden beschikking heroverwogen en besloten het bezwaarschrift van 20 juni 1997
ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking - met inachtneming van onze toelichting
daarop - in stand te laten.
Een afschrift van deze beschikking, die u zowel aangetekend als per gewone post zal bereiken, is
gezonden aan Burgemeester en Wethouders van Geldermalsen, de Inspectie milieuhygiëne Oost,
de plaatselijke politie en de officier van justitie te Arnhem.
Hoogachtend,
Gedeputeerde Staten van Gelderland
Commissaris griffier
van de Koningin
Mogelijkheid van beroep en voorlopige voorziening
Belanghebbenden kunnen ingevolge de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum van
de bekendmaking van dit besluit hiertegen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de
Raad van State. Postbus 20019, 2500 FA 's-Gravenhage, door het indienen van een beroepschrift.
Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten:
A de naam en het adres van de indiener;
B de dagtekening;
C een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht;
D de gronden van het beroep.
Als een beroepschrift is ingediend, kan aan de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de
Raad van State worden verzocht een voorlopige voorziening te treffen, indien - gelet op de betrokken
belangen – onverwijlde spoed dat vereist. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige
voorziening en het beroepschrift wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling
van dit griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de genoemde Afdeling van de Raad van State,
telefoon (070) 362 48 71.
_________________________________________________________________________________
Uitspraak Raad van State: Document 5
Raad
vanState
E03.98.0605.
Datum uitspraak:13 JAN. 2000
Afdeling
Bestuursrechtspraak
Uitspraak in het geding tussen:
P. van Steyn-van lperen te Rhenoy, appellante,
en
gedeputeerde staten van Gelderland, verweerders.
1 . Procesverloop
Bij besluit van 16 mei 1997, kenmerk MW97.8273-6095041, hebben verweerders afwijzend beslist op een
verzoek van appellante om toepassing van bestuurlijke handhavingsmiddelen met betrekking tot de besloten
vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Rhenoy B.V." in de Dorpsstraat 2 en 10 te Rhenoy.
Bij besluit van 17 maart 1998, kenmerk MW97.8273-6095041, verzonden op 30 maart 1998, hebben
verweerders het hiertegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. Dit besluit is aangehecht.
Tegen dit besluit heeft appellante bij brief van 27 april 1998, bij de Raad van State ingekomen op 29
april 1998, beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 3 juni 1998. Deze brieven zijn
aangehecht.
Bij brief van 2 juli 1998 hebben verweerders een verweerschrift ingediend.
Na afloop van het vooronderzoek zijn nadere stukken ontvangen van appellante. Deze zijn aan de andere
partijen toegezonden.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 juli 1999, waar appellante in persoon en bijgestaan
door M.H. van Steyn, gemachtigde, en verweerders, vertegenwoordigd door B.A.M. Kolle, ambtenaar
van de provincie,zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord vergunninghoudster, vertegenwoordigd
door H.J. Story en N.W.J. van Kessel, gemachtigden.
De Afdeling heeft verweerders ter zitting verzocht om nadere stukken. Deze zijn na de zitting ontvangen
en aan de andere partijen toegezonden. Naar aanleiding daarvan zijn nog stukken ontvangen van
appellante.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting verder behandeld op 6 oktober 1999, waar appellante in persoon
en bijgestaan door mr F. van der Brug, advocaat te Utrecht, en verweerders, vertegenwoordigd door
B.A.M. Kolle, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.
Voorts is als partij gehoord vergunninghoudster, vertegenwoordigd door H.J. Story, gemachtigde.
2. Overwegingen
2.1. Appellante voert aan als formeel bezwaar dat de procedure ter voorbereiding van het
bestreden besluit niet zorgvuldig is verlopen, omdat verweerders en vergunninghoudster op 14 april
1997 in haar afwezigheid en zonder dat daarvan schriftelijk verslag is gedaan, wederom de video-
opnamen hebben bekeken die zij heeft gemaakt van bepaalde activiteiten in de onderhavige inrichting.
Vast staat dat de vorengenoemde video-opnamen op 12 december 1996 door appellante,
verweerders en vergunninghoudster gezamenlijk zijn bekeken. Vast staat voorts dat verweerders en
vergunninghoudster deze video-opnamen op 14 april 1997 nogmaals hebben bekeken.
De Afdeling is van oordeel dat verweerders in overeenstemming met de daarbij vereiste
zorgvuldigheid hebben gehandeld door de video-opnamen van appellante te vertonen in het bijzijn van
alle partijen. Gelet hierop is de Afdeling van oordeel dat de belangen van appellante niet zijn geschaad
door de omstandigheid dat deze video-opnamen daarna nogmaals zijn bekeken door verweerders en
vergunninghoudster, in afwezigheid van appellante. Het bezwaar kan derhalve niet slagen.
2.2. Gelet op het beroepschrift en het behandelde ter zitting houdt de Afdeling het er voor dat appellante
voorts de volgende beroepsgronden heeft aangevoerd. Appellante betoogt dat de omvang van het terrein
waar ingevolge voorschrift 3.6 niet met de twee heftrucks en de Dodge Beep (takelwagen) dient te worden
gereden, door verweerders te beperkt wordt opgevat. Appellante betoogt tevens dat verweerders moeten
garanderen dat het voorterrein van de inrichting niet meer in strijd met de vergunning zal worden gebruikt.
Verweerders staan op het standpunt dat de vigerende vergunning niet wordt overtreden, zodat zij niet
bevoegd zijn handhavend op te treden. Daarbij stellen zij dat het terrein waar ingevolge voorschrift 3.6 niet
met de twee heftrucks en de Dodge Beep (takelwagen) dient te worden gereden, het driehoekige gedeelte
betreft tussen de langs de erfscheiding gelegen open loods en de werkplaats/opslagruimte binnen het op de
tekening nummer D 0485-1 2-001-36met rood omlijnde gebied. Voorts stellen zij dat het voorterrein van de
inrichting niet in strijd met de vergunning wordt gebruikt. Ter bevestiging van hun standpunt wijzen
verweerders onder meer op de verslagen van de controlebezoeken van 16 juni 1997 en 1 oktober 1997.
De Afdeling stelt voorop dat verweerders slechts bevoegd zijn handhavend op te treden indien de
voor de inrichting geldende regels niet worden nageleefd. Inzake de omvang van het terrein waar ingevolge
voorschrift 3.6 niet met de twee heftrucks en de Dodge Beep (takelwagen) dient te worden gereden, acht de
Afdeling het standpunt van verweerders juist. Gelet op de stukken en het behandelde ter zitting is de
Afdeling mede gezien het bovenstaande van oordeel dat verweerders zich terecht op het standpunt hebben
gesteld dat in de inrichting, wat de aangevoerde bezwaren betreft, de vigerende vergunning niet wordt
overtreden. Daarbij wijst de Afdeling er op dat ten aanzien van het voorterrein van de inrichting zelfs niet
in geschil is dat dit ten tijde van het bestreden besluit niet in strijd met de vergunning werd gebruikt.
Verweerders waren derhalve niet bevoegd handhavend op te treden. De bezwaren kunnen niet slagen.
2.3. Het beroep dient ongegrond te worden verklaard.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr J.J.R. Bakker, Lid van de enkelvoudige kamer, in
tegenwoordigheid van mr drs M.C.C. van de Schepop, ambtenaar van Staat.
w.g. Bakker w.g. Van de Schepop
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 13 JAN. 2000
131-292.
Verzonden: 13 JAN. 2000
Voor eensluidend afschrift,
de Secretaris van de Raad van State,
voor deze,
_________________________________________________________________________________
Brief: verzoek tot heropening van zaaknummer EO3.98.0605 Document 6
AANGETEKEND
Aan
Afdeling Bestuursrechtspraak
Van de Raad van State
t.a.v. mr J.J.R. Bakker
Postbus 20019
500 EA Den Haag
M.H. van Steijn
Dorpsstraat 8
4152 EP Rhenoy
Rhenoy, 3 mei 2000
Onderwerp: Uitspraak zaaknummer E03.98.0605, 13 januari 2000.
Geachte heer Bakker,
U heeft op 13 januari 2000 uitspraak gedaan in het geding tussen mevrouw P- van Steijn-van Iperen te
Rhenoy versus gedeputeerde staten van Gelderland, inzake het handhavingsbesluit met betrekking tot
de autosloperij "Rhenoy by" te Rhenoy.
U heeft uw uitspraak gebaseerd op de door u van gedeputeerde staten van Gelderland tijdens de zitting van
23 juli 1999 verlangde stukken, die u op 10 augustus 1999 hebt ontvangen. In uw overweging heeft u zich
beperkt tot twee van de vier documenten die door de provincie Gelderland zijn ingebracht, te weten die van
16 juni 1997 en 10 oktober 1997.
De andere twee documenten van 19 maart 1997 en 14 april 1997 zijn geen zogenaamde “verslagen van
controlebezoeken” en zijn bij sub. 2.2 van uw overweging niet relevant gebleken. Dit in weerwil van uw
uitdrukkelijk verzoek op 23 juli 1999 aan met name de heer B.A.M. Kolle van de provincie Gelderland
rapportages te overleggen waaruit blijkt dat de autosloperij te Rhenoy overeenkomstig de vigerende
vergunning in werking was.
Tijdens de zitting van 23 juli 1999 heeft u, de aan u ter beschikking gestelde videobanden met opnamen van
de autosloperij die alle provinciale controleperioden omvatten, geweigerd in ontvangst te nemen en in uw
oordeel mee te laten wegen.
Ik wil u nogmaals vragen de video-opnamen in ontvangst te willen nemen om te kunnen bezien of
gedeputeerde staten van Gelderland terecht heeft kunnen vaststellen dat er met de verschillende
terreinvoertuigen binnen de toegestane zoneringen werd gereden en dat er op het voorterrein geen
autowrakken waren geplaatst. De opnamen over het gehele jaar 1997 tonen namelijk aan dat tijdens de
momenten van controle de provincie dit niet heeft mogen vaststellen omdat er wel degelijk oneigenlijk
gebruik werd gemaakt van onder andere het voorterrein. Het stallen van autowrakken met behulp van de
heftrucks is tijdens de controles gewoon doorgegaan.
Ik hoop dat u mijn standpunt kunt delen om over het verloop van dit proces hierover u
opnieuw aan te spreken.
Hoogachtend,
M.H. van Steijn.
_________________________________________________________________________________
Antwoord door de Raad van State op bovenstaand verzoek: Document 7
Raad
vanState
Postbus 20019
2500 EA ‘s-Gravenhage
Telefoon (070) 4 26 4426
Doorkiesnr. (070) 4 26 4
M.H. van Steijn
Dorpsstraat 8
4152 EP RHENOY
Datum Inlichtingen toestel Uw kenmerk
17 mei 2000 4156
Onderwerp Ons nummer
Geldermalsen E03.98.0605
Autodemontagebedrijf
Bij dezen deel ik u namens de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak mede dat, nu in onderhavige
aangelegenheid op 13 januari 2000 uitspraak is gedaan en de zaak derhalve is afgedaan, het niet meer
mogelijk is stukken aan het dossier toe te voegen. In verband hiermede zend ik uw brief met bijlage
(videoband) van 11 mei 2000 terug.
De Secretaris van de Raad van State,
voor deze,
|