ReactieRvS
Raad
vanState
Mw P. VAN STEIJN-VAN IPEREN
Dorpsstraat 8
4152 EP RHENOY
Datum Inlichtingen toestel Uw kenmerk
16 juli 2003 070-4264735
Onderwerp Ons nummer
Rhenoy - Dorpsstraat 10 200205407/1/Ml
Autodemontagebedrijf
Hierbij doe ik u afschrift toekomen van het uitgebrachte deskundige(n)verslag (met bijlagen).
Namens de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak verzoek ik u uw zienswijze met betrekking tot
dit verslag schriftelijk naar voren te brengen. Dit dient te gebeuren uiterlijk op: 14 augustus 2003.
De Secretaris van de Raad van State, voor deze,
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Afdeling Bestuursrechtspraak van de
Raad van State
postbus 20019
2500 EA 'S-GRAVENHAGE
Utrecht, 11 augustus 2003
inzake : van Steijn-van Iperen Gedeputeerde Staten van Gelderland
uw kenmerk :200206407/1/Ml
ons kenmerk 20030332F/FB
e-mail vdbrug@brugadvo.nl
Geachte Afdeling,
Cliënte, mevrouw P. van Steijn-van Iperen te Rhenoy verzocht mij uw brief d.d. 16 juli 2003 in mijn hoedanigheid van haar gemachtigde te beantwoorden.
Het verzoek om intrekking, alsmede het bezwaar en beroep ter zake van de weigering van GS van Gelderland hebben betrekking op de oprichtingsvergunning d.d. 26 januari 1993. Deze vergunning is inmiddels door de ommekomst van de termijn van 10 jaar geëxpireerd.GS hebben een gedoogbeschikking afgegeven d.d. 23 april 2003, abusievelijk eerst gegrond op de ontwerp-beschikking d.d. 31-1-2003, en later - tijdens de bezwaarfase, na het inkomen van bezwaarschriften, waaronder die van cliënte bij brief d.d. 7 juli 2003 omgezet naar de inmiddels geëxpireerde milieuvergunning.
Omdat thans nog geen zekerheid bestaat omtrent het al dan niet c.q. gewijzigd verlenen van een nieuwe milieuvergunning, en omdat in de gedoogbeschikking expliciet wordt verwezen naar de voorschriften uit de inmiddels geëxpireerde vergunning als juridische grondslag van die gedoogbeschikking, verliest het onderhavige beroep, en het in dat kader uitgebrachte deskundigenbericht van de SAB d.d. 14 juli 2003 (nog) niet aan (proces)beiang.
Ook de intrinsieke waarde van het thans uitgebrachte deskundigenbericht acht cliënte van goor belang, omdat zij daarin de juistheid en gerechtvaardigdheid van een groot deel van haar klachten over de afgelopen vergunningperiode bevestigd ziet.
Cliënte constateert dat een aantal werkzaamheden en activiteiten van de vergunninghouder leiden tot een structurele overschrijding van de grenswaarde voor het piekgeluidsniveau gedurende de dagperiode. Zonder de op blz. 8 van het SAB-rapport vermelde te treffen maatregelen is sprake van een structurele, niet aanvaardbare geluidsoverlast voor cliënte.
Aangezien - kennelijk ook naar het oordeel van de onderzoeker - nog nader bezien moet worden op welke wijze de te treffen maatregelen precies vorm moeten worden gegeven, ligt het voor de hand het bedrijf te (doen) gelasten geen enkele activiteit in de verboden rode zone te verrichten, doen of laten verrichten, zolang deze aanvullende maatregelen nog niet zijn goedgekeurd en uitgevoerd.
Cliënte verzoekt de Raad van State zulks te doen, indien thans geen voldoende aanleiding bestaat tot intrekking van de vergunning over te gaan.
Ditzelfde geldt de opmerkingen inzake het door de SAB geconstateerde gebruik van het voorterrein door (vracht)auto's, het parkeren daarvan, het starten, het aflaten van remlucht e.d.
Ook maakt cliënte een zelfde opmerking ten aanzien van het pletten van autowrakken. Zie wil niet in een semantische discussie gezogen worden wat wel of niet pletten zou zijn in het vakjargon van de autosloopbranche. Vaststaat dat de daken van sloopauto's ingedrukt worden met een grijper en andere mechanische middelen.
Tenslotte leidt ook het gooien van autowrakonderdelen in containers en het verslepen van containers tot een overschrijding van het immissieniveau op de gevel van cliëntes woonhuis indien een container op 40 meter of minder van de woning van cliënte wordt geplaatst.
Het onderzoek van de SAB is mede gehouden aan de hand van beschikbaar beeldmateriaal van cliënte over de afgelopen perioden, zodat elke discussie daarover uitgesloten is, en de bevindingen van de onderzoeker zijn gebaseerd op feitelijke (bedrijf)situaties binnen het autodemontagebedrijf.
Voorts staat aan de hand van verklaringen van de heer Van Kessel vast dat niet vergunde activiteiten, zoals het knippen en zagen dan wel anderszins mechanisch verkleinen van wrakken, toch worden gedaan.
Op de vergunninghouder rust een eigen verantwoordelijkheid. Cliënte heeft de afgelopen jaren regelmatig klachten ingediend vanwege geluids- en stankoverlast. Telkenmale heeft zij moet ondervinden door zowel de vergunninghouder als GS niet serieus te worden genomen. Door of vanwege de vergunninghouder zijn regelmatig onrechtmatige uitlatingen gedaan, of anderszins bedreigingen geuit, en pesterijen gedaan.GS brengen het niet op een adequate handhavingactiviteiten te doen, en doen cliënte inmiddels af als querulante en iemand met een ordinaire burenruzie.
In dit opzicht acht zij de inhoud van het rapport een verademing bij wat zij op lokaal en provinciaal niveau meemaakt, zeker ook waar de onderzoeker opmerkt dat een adequaat handhavingregime noodzakelijk is.
Naar het oordeel van cliënte zijn GS ten onrechte niet ingegaan op haar verzoek tot intrekking van de vergunning, in prima of in bezwaar. Zij verzoekt de Raad van State dan ook die beslissing te vernietigen, en alsnog te beslissen de vergunning in te trekken.Immers, zonder nadere maatregelen is er sprake van voortdurende overschrijding van de voorschriften en milieunormen, terwijl de vergunninghouder zelf te kennen heeft gegeven reeds bestaande vergunningvoorwaarden te overtreden.
Dit is mede van belang met het oog op de doorwerking van de vergunningvoorschriften in de gedoogbeschikking van GS, zoals hierboven ook al vermeld.
Hoogachtend,
F. van der Brug
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Aan
De voorzitter van de Afdeling bestuurs-
Rechtspraak van de Raad van State
Postbus 20019
2500 EA 's-Gravenhage
Rhenoy, 8 augustus 2003
Onderwerp: Autosloperij Rhenoy
Zaaknummer: 200205407/1/M1
Geachte Voorzitter,
Naar aanleiding van uw schrijven van 16 juli j. 1. met betrekking tot het deskundigenverslag, kemnerk StAB/36092/H, 8 mei 2003 en uw verzoek om mijn zienswijze op dit rapport te geven, het volgende.
Het deskundigenverslag laat ten aanzien van de geluidsaspecten aan duidelijkheid niets te wensen over. Zowel de zogenaamde "rode zone" als de zone van het voorterrein vormen bij instandhouding van de huidige situatie een structureel grenswaarde overschrijdend geluidsrisico.
In het kader van de huidige handhavingprocedure concludeer ik dat, aangaande de geluidsaspecten van deze zoneringen, in het verleden structureel overtredingen van de voorschriften van de Afvalstoffenwetvergunning (inmiddels gedoogbeschikking) hebben plaatsgevonden.
Een kanttekening betreft de in de procedure genoemde geurhinder waarnaar STAB geen onderzoek heeft kunnen doen om reden van de beperking van de opdracht.
Mw. P. van Steijn- van lperen
Dorpsstraat 8
4152 EP Rhenoy
T. 0345-682253
www.rhenoy.com
info@rhenoy.com